Beleidsaanbevelingen

  • De Nederlandse regering moet bij alle transfers van strategische goederen een eindbestemmingsverklaring eisen; ook wanneer het wapencomponenten betreft.
  • De toepassing van de criteria van het Gemeenschappelijk Standpunt moet transparant worden gemaakt.
  • Bij het weigeren of toestaan van vergunningen moet criterium 8 vaker worden geraadpleegd zodat de incoherentie tussen het beleid van Economische Zaken en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking niet meer voorkomt.
  • Op internationaal niveau zou Europa één blok moeten vormen in de onderhandelingen over de totstandkoming van de Arms Trade Treaty. De standaarden in de Arms Trade Treaty zouden niet lager moeten zijn dan die in het Gemeenschappelijk Standpunt.

Case: Wapenexport

25-11-2010 Opinie Fair Politics: winst weegt zwaarder dan mensenrechten

Europa verkoopt wapens aan allerlei landen. Ook aan landen die daar eigenlijk het geld niet voor hebben of die de regionale stabiliteit in gevaar kunnen brengen. Dat bleek weer eens uit het deze week gepubliceerde ‘zwartboek’, opgesteld door de Belgische hoogleraar An Vrankx. Europese criteria voor wapenexport worden niet nageleefd en leggen het af tegen politieke of economische belangen. Als niet alleen de export van wapens, maar ook de export van wapencomponenten en doorvoer van wapens in ogenschouw wordt genomen, is de situatie echter nog veel ernstiger.

Nederland behoort al jaren tot de top tien van ’s werelds grootste wapenleveranciers. Volgens het Ministerie van Economische Zaken is het doel van de Nederlandse wapenexport een bijdrage  leveren aan vrede, veiligheid en stabiliteit wereldwijd. In het dinsdag jl. gepubliceerde ‘zwartboek’ dat dubieuze wapenexporten uit de Europese Unie (EU) blootlegt, staat dat de Nederlandse wapenleveringen aan bijvoorbeeld Venezuela en Marokko vanuit dit oogpunt dus ‘een lelijke zaak’ zijn. Onderzoek van de Campagne tegen Wapenhandel heeft aangetoond dat in 2009 wapenonderdelen die in Nederland zijn geproduceerd onder meer in Pakistan en Saoedi-Arabië zijn terecht gekomen, landen die bekend staan dat ze het niet al te nauw nemen met de mensenrechten.

Naast de rechtstreekse export van wapens en wapenonderdelen, komen er ook veel Nederlandse wapenonderdelen in derde landen terecht via ‘bevriende’ landen (te weten EU lidstaten, NAVO-bondgenoten, Zwitserland, Australië, Nieuw Zeeland en Japan). Bij export van wapenonderdelen aan deze landen wordt niet gecontroleerd wat de uiteindelijke bestemming van die onderdelen is.

De redenering is dat deze naties over een volwaardig exportcontrole instrumentarium beschikken, maar er zijn grote verschillen in beleid en interpretatie en er is geen garantie dat de goederen niet in een land met dubieus regime terecht komen.

Daarnaast worden via Nederland wapens en wapenonderdelen doorgevoerd naar andere landen. Bij doorvoer van militaire goederen zijn ‘bevriende naties’ ontzien van een vergunningsplicht. Hierdoor ontlopen deze militaire goederen een toetsing aan de criteria opgesteld in het Gemeenschappelijk Standpunt (GS). Ongewenste wapendoorvoer zou voorkomen kunnen worden als Nederland zich ook bij alle wapendoorvoer via eigen grondgebied houdt aan het GS en een ‘eindbestemmingsverklaring’ zou eisen bij de export van wapens en wapencomponenten. Dat zorgt ervoor dat alle handel in wapens aan dezelfde criteria wordt getoetst en geeft zicht op de definitieve bestemming van de componenten.  

Nederland moet zich hiervoor sterk voor maken binnen de Europese Unie en pleiten voor een strenge en eenduidige interpretatie van de Europese regels omtrent wapenexport en wapendoorvoer. Het argument van wapenlobbyist Mat Herben dat indien Nederland die wapens of onderdelen niet verkoopt, een ander land dat wel zou doen, is een land dat mensenrechten hoog in het vaandel heeft en de gastheer is van het Internationale Gerechtshof onwaardig.

Klik hier voor rapport van An Vranckx

Klik hier voor de rapport van de Campagne tegen Wapenhandel