Beleidsaanbevelingen

  • De Nederlandse regering moet bij alle transfers van strategische goederen een eindbestemmingsverklaring eisen; ook wanneer het wapencomponenten betreft.
  • De toepassing van de criteria van het Gemeenschappelijk Standpunt moet transparant worden gemaakt.
  • Bij het weigeren of toestaan van vergunningen moet criterium 8 vaker worden geraadpleegd zodat de incoherentie tussen het beleid van Economische Zaken en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking niet meer voorkomt.
  • Op internationaal niveau zou Europa één blok moeten vormen in de onderhandelingen over de totstandkoming van de Arms Trade Treaty. De standaarden in de Arms Trade Treaty zouden niet lager moeten zijn dan die in het Gemeenschappelijk Standpunt.

Case: Wapenexport

20-11-2009 EVS pleit voor eindbestemmingsverklaring wapens

Op 19 november heeft in Rotterdam het 21ste NIDV-symposium plaats gevonden waar de Nederlandse defensie-industrie haar paradepaardjes heeft tentoonstelt. Ruim 200 bedrijven waren daar aanwezig zijn en ook de staatssecretaris van Defensie heeft een toespraak gehouden. Internationaal gezien staat Nederland al jaren in de top 10 van grootste wapenleveranciers wereldwijd.

De waarde van de wapenexport bedroeg in 2008 €1.26 miljard. Daar tegenover staat dat de Nederlandse regering veel energie steekt in haar imago als voorvechter van vrede en veiligheid. Nederland loopt bijvoorbeeld voorop in de strijd om de verspreiding van kleine wapens tegen te gaan en de hoeveelheid slachtoffers van gewapend geweld te verminderen. Samen met het VN Actieprogramma zet Nederland zich in tegen de proliferatie van kleine wapens in onder andere Burundi en Oeganda. Verder is Nederland nauw betrokken bij de voortdurende vredesbesprekingen in Soedan.
 
In Nederland zijn 290 bedrijven actief in de defensie-gerelateerde industrie. Deze bedrijven werken nauw samen met de Nederlandse overheid, wat bijvoorbeeld blijkt uit de order voor de marine-industrie voor vier patrouilleschepen. Deze order kwam nadat de Tweede Kamer druk had uitgeoefend de marine-industrie te ondersteunen in haar moeilijke economische positie. Vervolgens heeft toenmalig staatssecretaris Van der Knaap van Defensie toegezegd dat deze vier schepen er zouden komen.
 
De Nederlandse wapenindustrie richt zich deels op de productie van wapencomponenten bestemd voor de export. In het buitenland worden de Nederlandse wapencomponenten geassembleerd tot complete wapensystemen om vervolgens naar de uiteindelijke klant geëxporteerd te worden. Volgens het Ministerie van Economische Zaken is het doel van de wapenexport om een bijdrage te leveren aan vrede, veiligheid en stabiliteit wereldwijd. In de praktijk draagt Nederland met haar wapenexportbeleid echter bij aan dood, vernietiging en verminking. Dit gebeurt omdat Nederland geen druk durft uit te oefenen op bondgenoten, zoals met name de VS, die wapens produceert met componenten van Nederlandse bodem en verder exporteert naar conflictgebieden. De afgelopen jaren zijn Nederlandse onderdelen terechtgekomen in landen als Israël, Pakistan en Saoedi-Arabië. Nederland eist geen ‘eindbestemmingsverklaring’ bij de export van wapencomponenten en heeft daarom geen zicht op de definitieve bestemming van de componenten. Het betreffende ontvangende land kan de wapens dus exporteren naar eigen gelieven.
 
Terwijl het zogenoemde Europees Gemeenschappelijk Standpunt, de Europese regels omtrent de wapenexport, zou moeten voorkomen dat wapens in conflictgebieden en bij notoire mensenrechtenschenders terechtkomen. Is de kans groot dat in de nabije toekomst nog meer wapens, deels van Nederlandse makelij, zullen opduiken in regimes die het niet zou nauw nemen met de mensenrechten. Dit komt door een versoepeling van het wapenexportbeleid binnen Europa en grote interpretatie verschillen tussen de lidstaten van het Gemeenschappelijk Standpunt. Zo heeft Nederland in 2007 geweigerd radarvuurleidingssystemen naar Georgië te exporteren, terwijl Tsjechië wel wapenexport naar Georgië toestond.
 
Als Nederland haar internationale imago eer aan wil doen en niet betrokken wil raken bij vuile oorlogen, moet Nederland van alle geëxporteerde wapencomponenten een eindbestemmingsverklaring eisen en zich daar ook sterk voor maken binnen de Europese Unie. We willen ten slotte niet dat de 17.000 Nederlanders die in de defensiegerelateerde industrie werken en het Ministerie van Economische Zaken vuile oorlogen faciliteren.
 
Peter Heintze, directeur Evert Vermeer Stichting