Beleidsaanbevelingen

  • Nederland moet pleiten voor een allesomvattend internationaal Wapenhandelsverdrag,  gebaseerd op mensenrechtenstandaarden, humanitair recht en de principes binnen al bestaande wapenhandelsregulering. Voor de vertaling naar Nederlandse wetgeving betekent dit aanscherping van de In- en uitvoerwet en het Uitvoerbesluit Strategische goederen uit 1963. Bij voorkeur met de invoering van een algemene vergunningplicht voor alle doorvoer (snel en langzaam en ongeacht het land van herkomst) van wapens en andere strategische goederen.
  • De Tweede Kamer moet aandringen op veel scherpere controles op strategische goederen en hun bestemming. Dit betekent scherpere controle op Schiphol en in de havens.
  • De Tweede Kamer moet alert zijn op het gedrag van (kandidaat-)lidstaten van de EU ten aanzien van wapenhandel en de toetsingscriteria voor uitvoer van deze landen.  

Case: Wapendoorvoer

18-12-2008 Expermeeting 'Wapenhandel en Duurzame Ontwikkeling'

Op 3 december organiseerde de Evert Vermeer Stichting samen met de Campagne tegen Wapenhandel in de Tweede Kamer een expertmeeting over Wapenhandel en Duurzame Ontwikkeling. In de expertmeeting werd het huidige Nederlandse wapenexportbeleid vanuit verschillende invalshoeken bekeken.

Reden voor de expertmeeting is de grote hoeveelheid defensiemateriaal die Nederland nog steeds exporteert naar ontwikkelingslanden. Volgens de Campagne tegen Wapenhandel (CtW) en de EVS leggen militaire aankopen een groot beslag op het budget van ontwikkelingslanden. Daarmee vormen deze een serieuze belemmering bij het behalen van ondermeer de Millenniumdoelen. De Nederlandse wapenexport naar ontwikkelingslanden wordt getoetst op basis van het duurzame ontwikkelingscriterium (het zogenaamde criterium acht) van de Europese Gedragscode Wapenexport. Sinds 1998 is dit criterium echter slechts in vier gevallen reden geweest om een aanvraag voor een wapenexportvergunning af te wijzen.

Uit de jaarlijkse rapportage van de regering blijkt dat Nederland peperduur defensiemateriaal exporteert naar landen als Marokko, India, Bangladesh en Pakistan. Dit strookt volgens de EVS en de CtW niet met het Nederlandse ontwikkelingsbeleid.

De expertmeeting had dan ook tot doel politici en andere beleidsmakers bewust te maken van dit incoherente beleid en hen concrete beleidsaanbevelingen aan te reiken om de toepassing van criterium acht te verbeteren. Nadat de heer Wolters van de Directie Wapenbeheersing en Wapenexportbeleid van Buitenlandse Zaken een uitgebreide uitleg had gegeven over de huidige (vaak complexe) toepassing van criterium 8 in het Nederlandse wapenexportbeleid, was het woord aan Frank Slijper van de Campagne tegen Wapenhandel. Hij gaf toe dat de criteria van de Europese Gedragscode er op papier prima uitzien, maar de toepassing en de uitvoering ervan erg problematisch zijn. Bezwaarlijke situaties in een land worden erkend, maar dit leidt in de praktijk zelden tot een exportverbod. Grotere politieke -en industriebelangen blijken vaak de acht criteria van de EU gedragscode wapenexport te overstijgen aldus Slijper.

Ook volgens Arjan El Fassed van Oxfam Novib moet Nederland in haar buitenlandbeleid een stevigere rol spelen op het gebied van wapenexport. Vooral omdat er een direct verband bestaat tussen het exporteren van wapens en onveiligheid en het behalen van de Millenniumdoelen.

De expertmeeting werd afgesloten met een aantal concrete aanbevelingen van de heren Slijper en El Fassed. Zo zou het bereiken van robuuste resultaten op het gebied van de Millenniumdoelen een drempelcriterium moeten zijn bij het afgeven van een exportvergunning. Ook dient de toepassing en de rol van criterium 8 transparanter te worden gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door alle orders vanaf 10 miljoen euro vooraf aan de Tweede Kamer voor te leggen.

Daarnaast moeten exportkredietverzekeringen voor wapenhandel met ontwikkelingslanden worden afgeschaft. Ten slotte wordt het advies gegeven om wapenaankopen onderwerp van gesprek te laten worden als er in overleg wordt getreden met partners in bilateraal ontwikkelingsbeleid.

De aanwezige beleidsmakers erkennen de problematiek en zien het als een uitdaging om zowel op Nederlands als Europees niveau met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Tot grote vreugde van de EVS en de CtW werd diezelfde week in de Raad van Europese Ministers door alle lidstaten ingestemd met het voorstel om de Europese gedragscode over tien jaar juridisch bindend te maken.