Case: Overige

22-11-2011 Hoe coherent is het beleid van Knapen?

Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen publiceerde onlangs zijn langverwachte globaliseringsagenda. Met deze agenda zet het kabinet uiteen hoe Nederland kansen wil bieden aan ontwikkelingslanden in tijden van globalisering. Hoewel iedereen het er inmiddels over eens is dat ontwikkelingslanden met alleen hulp zich niet aan hun armoede zullen ontworstelen -deze landen hebben vooral baat bij eerlijk beleid vanuit de westerse landen dat ontwikkeling niet frustreert maar hen juist ten goede komt - lijkt Knapen toch voorzichtig te zijn in het bieden van die kansen. Eerlijk beleid betekent namelijk ook dat de Nederlandse belangen niet altijd voorop staan.

De globaliseringsagenda biedt een paar mooie aanknopingspunten. Zo is er is veel vraag van donoren en maatschappelijk middenveld om met onderzoek aan te tonen wat de positieve en negatieve effecten zijn van ons eigen beleid op ontwikkelingslanden. Dat de staatssecretaris voornemens is dit te onderzoeken in de partnerlanden van Nederland is een initiatief dat wij toejuichen. Het is alleen jammer dat de verdere uitwerking hiervan pas in een nog te verschijnen document uiteen wordt gezet. Zo blijven we wachten, terwijl actie hard nodig is!

Waarin de globaliseringsagenda tekortschiet, is dat het kabinet geen overkoepelende ‘globaliseringsvisie’ presenteert, omdat het internationale speelveld hiervoor ‘te veel in beweging’ is. Paradoxaal, want vragen veranderingen in de wereld om ons heen niet ook júist om een veranderende visie en de nodige aanpassingen van beleid? Daarnaast is het twijfelachtig of de inzet op ontwikkeling die ten goede moet komen aan alle wereldburgers serieus is. Want zet dit kabinet niet vooral in op het Nederlandse eigenbelang? Op dit gebied lijkt de agenda niet in het bredere buitenlandbeleid te passen.

Belangrijke aanleiding voor de publicatie van deze globaliseringsagenda was de vraag vanuit de Tweede Kamer serieuzer werk te maken van beleidscoherentie voor ontwikkeling. Hierbij gaat het erom dat beleidsterreinen die raken aan ontwikkelingssamenwerking ontwikkelingsdoelen niet ondermijnen.

In de realiteit echter ondermijnt Nederlands beleid de belangen van ontwikkelingslanden nog regelmatig. Zo draagt het Nederlands belastingbeleid er aan bij dat multinationals hier belasting afdragen, in plaats van de ontwikkelingslanden waar ze actief zijn. Hierdoor lopen deze landen belangrijke belastinginkomsten mis. En in het grondstoffenbeleid zet het kabinet in op het bestrijden van handelsbarričres op de grondstoffenmarkt. Het kunnen afschermen van de eigen markt is voor ontwikkelingslanden echter van belang om een eigen industrie op te zetten en daaruit inkomsten te genereren. Zo zijn er nog tal van andere voorbeelden, zoals het migratiebeleid, het landbouwbeleid en het handelsbeleid. Reden genoeg dus om de gevolgen van het Nederlands beleid eens kritisch onder de loep te nemen!

Maar concrete ideeën over aanpak van het eigen beleid ontbreken in de agenda. De ‘praktische’ initiatieven die het kabinet ziet gaan vooral over Nederlandse inzet in internationale fora. Dit is ook van belang, maar moet onderdeel zijn van breder beleid. Nederland kan een voortrekkersrol vervullen door zelf actief met beleidscoherentie aan de slag te gaan, maar dit kabinet lijkt vooral af te wachten tot anderen het initiatief nemen. Van een serieuze inzet op coherentie van eigen beleid lijkt vooralsnog geen sprake. Een eerlijk en coherent Nederlands beleid draagt bij aan de kansen voor ontwikkelingslanden. Uit de agenda van Knapen blijkt dat de inzichten er wel zijn, maar de belangrijkste vraag blijft of de politieke wil aanwezig is om hiermee aan de slag te gaan.  Pas dan krijgen ontwikkelingslanden werkelijk de ruimte krijgen zich op een eerlijke manier te ontwikkelen.

»Klik hier om de beleidsagenda van het kabinet te lezen.