Case: Overige

24-03-2010 GL, CU en SP stellen vragen over WTO en handelsverdragen

Tijdens een Algemeen Overleg over de WTO en Protectionisme hebben de Kamerleden Gesthuizen (SP), Vendrik (GL) en Wiegman (CU) aandacht gevraagd voor de belangen van ontwikkelingslanden in de internationale handelsarchitectuur.

Gesthuizen (SP) benadrukte dat ontwikkelingslanden de ruimte moeten hebben om hun infant industries te kunnen beschermen. Zonder bescherming van hun thuismarkt kunnen ontwikkelingslanden volgens Gesthuizen nooit ons niveau van ontwikkeling bereiken. Het beleid van de WTO en de EU ontzegt ontwikkelingslanden de beleidsvarianten die het Westen ooit zelf met veel succes gebruikt heeft.  

Gesthuizen stelde ook nog specifiek vragen over het zogenoemde Andesakkoord tussen de EU en Peru en Colombia. Met het uitblijven van vorderingen in de WTO onderhandelingen in het kader van de Doha ronde sluit de EU steeds meer bilaterale verdragen met afzonderlijke ontwikkelingslanden. Gesthuizen uitte haar serieuze zorgen over de effecten die dit akkoord zal hebben op de Peruaanse economie. Onder het akkoord zal Peru 80% van zijn markt open moeten stellen voor producten uit de EU. Gesthuizen verwacht dat dit zeer negatieve effecten zal hebben, onder meer door de blootstelling aan schommelingen in wereldmarktprijzen voor Perus voornaamste producten. Ecuador was ook partij in de onderhandelingen, maar trok zich terug. Het land is alleen bereid om weer aan tafel te komen als overheidsaanbestedingen, diensten en kapitaalverkeer buiten het akkoord worden gehouden. Gesthuizen vindt dat Nederland zich in EU verband sterk moet maken om aan de voorwaarden van Ecuador tegemoet te komen.

Ook kamerlid Vendrik (GL) vindt dat ontwikkelingslanden volledig de ruimte moeten krijgen om hun eigen ontwikkelingsbeleid te voeren. Die ruimte ontbreekt nu volgens Vendrik. Veel arme landen zijn te kwetsbaar om volledig aan de ruige wereldmarkt deel te nemen. Het Westen moet daarom terughoudend zijn met het opleggen van wederzijdse verplichtingen.

De ChristenUnie (CU) was de derde fractie die de belangen van ontwikkelingslanden een prominente plek in het debat gaf. Kamerlid Wiegman-Van Meppelen Scheppink  is, net als Gesthuizen en Vendrik, van mening dat ontwikkelingslanden voldoende ruimte moeten hebben om opkomende sectoren tijdelijk te beschermen. Dit moet hen tevens in staat stellen om toegevoegde waarde in eigen land te realiseren, in plaats van tot in de verre toekomst onverwerkte primaire producten te exporteren die niet veel opleveren. Tenslotte uitte Wiegman haar zorgen over de druk die wordt uitgeoefend op ontwikkelingslanden om bepaalde keuzes te maken. Die druk komt bijvoorbeeld van het IMF, dat koppelingseisen stelt aan leningen. Mede door dit soort praktijken hebben ontwikkelingslanden volgens Wiegman maar weinig vrijheid om hun eigen keuzes te maken.

Monitor fair: GroenLinks, ChristenUnie, SP