Case: Overige

05-03-2010 PvdD stelt vragen over visserijverdragen

Tweede Kamerlid Ouwehand van de Partij voor de Dieren stelt schriftelijke vragen aan de ministers Verburg (Landbouw) en Verhagen (Buitenlandse Zaken) over het illegaal vissen door Europa in West Afrika.

De vragen komen naar aanleiding van een uitspraak van het juridisch bureau van het Europees Parlement die het vissen door Europa in de kustwateren van de Westelijke Sahara op basis van een overeenkomst met Marokko als illegaal bestempelt. De Westelijke Sahara wordt geclaimd door Marokko, maar de visserijrechten die Europa aan Marokko betaalt komen niet terecht bij de bevolking in de Westelijke Sahara, terwijl deze nu wel hun zeeën zien worden bevist door Europese vissers. Ouwehand vraagt of ook Nederlandse vissers betrokken zijn bij het bevissen van deze kustwateren.

Meer algemeen wil Ouwehand weten waar de Nederlandse regering haar mening op baseert dat visserij-partnerschapsovereenkomsten  de lokale bevolking in ontwikkelingslanden ten goede komen en bovendien of en hoe daar toezicht op wordt gehouden. Tenslotte vraagt Ouwehand naar het effect van Europese visserij activiteiten in ontwikkelingslanden op de lokale vismarkt in die landen. Zij wil weten waar de door Europese boten gevangen vis naartoe gaat. Indien blijkt dat een gedeelte terechtkomt op de lokale markt, vraagt zij de bewindslieden waarom lokale vissers dat niet zouden kunnen doen.

In hun antwoord ontkennen de bewindslieden dat het vissen in de kustwateren van de Westelijke Sahara illegaal zou zijn. De activiteiten, waarbij ook één Nederlands schip betrokken is geweest, vallen binnen het kader van de visserij overeenkomst met Marokko.

Zij benadrukken dat de opbrengsten uit visserij partnerschappen ten goede zouden moeten komen aan de lokale bevolking. Dit wordt gemonitord door de Europese Commissie. Deze heeft onlangs echter geconcludeerd dat de partnerschappen onvoldoende hebben geleid tot armoedebestrijding en het behalen van de MDGs.

Ook zijn er binnen de visserij overeenkomsten randvoorwaarden gesteld om mogelijk negatieve effecten tegen te gaan. Zo mogen Europese vissers alleen vissen in wateren waarvan aangetoond is dat er sprake is van een surplus vis dat niet door lokale vissers kan worden opgevist door gebrek aan capaciteit.

Monitor fair: PvdD

Klik hier voor de vragen