Beleidsaanbevelingen

  • De pilot voor circulaire migratie moet rekening houden met de Nederlandse vraag naar arbeidskrachten én het aanbod in ontwikkelingslanden. Het is belangrijk dat de pilot flexibel is, migranten moeten zoveel mogelijk kennis en ervaring op kunnen doen. 
  • Nederland moet meer mogelijkheden creëren voor migratie van middel- en lageropgeleiden. Dit kan door middel van bilaterale overeenkomsten met partnerlanden en leertrajecten. Ook moet Nederland zich binnen de WTO actief inzetten om de GATS mode 4 onderhandelingen tot een succesvol einde te brengen.
  • Om brain drain tegen te gaan moet worden gezorgd voor voldoende stimulans voor terugkeer voor arbeids- en studiemigranten. Hierbij kan worden gedacht aan teruggave van sociale premies en multiple-entry visa. Verder moet Nederland zich binnen de EU inzetten voor een gedragscode om actieve werving in kwetsbare sectoren in ontwikkelingslanden tegen te gaan. Deze gedragscode moet voor de private sector gelden, juridisch bindend zijn en goed worden gemonitord.
  • De kosten voor terugkeer van migranten moeten door de ministeries van Justitie en voor Ontwikkelingssamenwerking worden gedeeld.
  • Om de ontwikkelingsimpact van privé-gelden te vergroten, moet de overheid het goedkoper en makkelijker maken geld over te maken.
  • De Nederlandse regering moet ervoor zorgen dat strenger migratiemanagement in ontwikkelingslanden regionale integratie niet bemoeilijkt en buurlanden niet benadeelt. 

Case: Migratie

13-04-2010 Minister Klink stuurt brief over brain drain naar Tweede Kamer

Minister Klink heeft een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin hij verder ingaat op het werven van Indiaas zorgpersoneel door Nederlandse ziekenhuizen.

Er heerst een tekort aan operatiekamer assistenten in Nederland en om dit op te vangen hebben verschillende Nederlandse ziekenhuizen het afgelopen jaar Indiase ok-assistenten geworven. Hoewel de minister dit betreurt handelden de ziekenhuizen volgens hem in overeenstemming met het uitgangspunt van het kabinet dat werving in ontwikkelingslanden een sluitpost van het beleid moet zijn. De ziekenhuizen gingen pas buiten de EU werven nadat wervingscampagnes in Nederland niets hadden opgeleverd.

Volgens de minister hebben de ziekenhuizen de gevolgen voor India zorgvuldig meegewogen, alhoewel dit niet altijd makkelijk is. India kampt enerzijds met grote tekorten, maar, zo benadrukt Klink, heeft anderzijds ook te maken met werkloosheid onder gespecialiseerd zorgpersoneel. Dit komt volgens hem doordat specialisatie opleidingen in India niet goed aansluiten bij de vraag in India en omdat veel hoogopgeleide Indiase zorgwerkers niet in rurale gebieden willen werken. De minister probeert de acties van de ziekenhuizen verder te verdedigen door te stellen dat Nederland nauwelijks bijdraagt aan braindrain en dat er bovendien ook positieve kanten aan zorgmigratie zitten voor India. De zorgwerkers moeten na afloop van hun 3-jarig contract weer terug naar India en brengen dan een waardevolle ervaring met zich mee.

Desalniettemin erkent Klink dat de zorgmigratie wel degelijk bijdraagt aan Indiase tekorten aan zorgpersoneel. Hij is dan ook voorstander van een internationale gedragscode van de WHO. De tekst hiervan is nog onderwerp van overleg en Nederland heeft voorgesteld de tekst aan te scherpen zodat ook private zorginstellingen onder de code komen te vallen. Klink benadrukt dat dit essentieel is, omdat Nederlandse zorginstellingen private ondernemingen zijn met een zelfstandige bevoegdheid om personeel te werven. De gedragscode zal in mei 2010 worden besproken tijdens de World Health Assembly.

Klik hier voor de brief