Beleidsaanbevelingen

  • De pilot voor circulaire migratie moet rekening houden met de Nederlandse vraag naar arbeidskrachten én het aanbod in ontwikkelingslanden. Het is belangrijk dat de pilot flexibel is, migranten moeten zoveel mogelijk kennis en ervaring op kunnen doen. 
  • Nederland moet meer mogelijkheden creëren voor migratie van middel- en lageropgeleiden. Dit kan door middel van bilaterale overeenkomsten met partnerlanden en leertrajecten. Ook moet Nederland zich binnen de WTO actief inzetten om de GATS mode 4 onderhandelingen tot een succesvol einde te brengen.
  • Om brain drain tegen te gaan moet worden gezorgd voor voldoende stimulans voor terugkeer voor arbeids- en studiemigranten. Hierbij kan worden gedacht aan teruggave van sociale premies en multiple-entry visa. Verder moet Nederland zich binnen de EU inzetten voor een gedragscode om actieve werving in kwetsbare sectoren in ontwikkelingslanden tegen te gaan. Deze gedragscode moet voor de private sector gelden, juridisch bindend zijn en goed worden gemonitord.
  • De kosten voor terugkeer van migranten moeten door de ministeries van Justitie en voor Ontwikkelingssamenwerking worden gedeeld.
  • Om de ontwikkelingsimpact van privé-gelden te vergroten, moet de overheid het goedkoper en makkelijker maken geld over te maken.
  • De Nederlandse regering moet ervoor zorgen dat strenger migratiemanagement in ontwikkelingslanden regionale integratie niet bemoeilijkt en buurlanden niet benadeelt. 

Case: Migratie

26-01-2010 Voortgang pilot circulaire migratie

In de beleidsnotitie ‘Migratie en Ontwikkeling’ van juli 2008 zette de Nederlandse regering haar visie over onder andere circulaire migratie uiteen. Circulaire migratie wordt gezien als een instrument om de negatieve effecten van migratie te beperken en de positieve effecten te bevorderen.

Het gaat hier om tijdelijke migratie waarbij de migrant na een bepaalde tijd weer terugkeert naar het land van herkomst. Mits goed uitgevoerd kan er een triple-win situatie optreden: winst voor zowel het ontvangende land, het land van herkomst en de migrant zelf. De potentiële winst voor het ontwikkelingsland treedt pas op wanneer de migrant terugkeert. Met de opgedane kennis en ervaring kan deze dan een bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van zijn of haar land. Ten tijde van de publicatie van de notitie waren dit echter vooral conclusies van de tekentafel; er bestonden nog veel vraagtekens over hoe dit concept in de praktijk werkt. Zo komen voor Nederland alleen reeds opgeleide mensen in aanmerking om in het kader van circulaire migratie hierheen te komen. Het gevaar van braindrain is dus reëel en aanwezig. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheid tot het behalen van  triple-win werd een pilot opgezet.

Onlangs is de Tweede Kamer in een brief op de hoogte gebracht van de voortgang van deze pilot. De pilot is uitbesteed aan de Stichting Hersteld Vertrouwen in de Toekomst (HIT). Deze keuze werd onder meer gemaakt omdat HIT in de offerte veel aandacht besteedt aan de terugkeer van de migrant, een essentieel aspect voor het behalen van triple-win.  Twee landen zijn geselecteerd voor deze pilot: Indonesië en Zuid-Afrika. De regeringen van deze landen hechten veel waarde aan arbeidsmigratiebeleid en beide landen hebben een hoog aanbod van gekwalificeerde mensen. De bedrijven waar de migranten voor zullen komen te werken zijn nog niet geselecteerd. Wel zijn al enkele sectoren aangewezen die in aanmerking komen.

De pilot is op 1 december 2009 van start gegaan. Het eerste half jaar zal gebruikt worden voor voorbereidingen en selectie, en de eerste migranten zullen waarschijnlijk in de zomer van 2010 naar Nederland komen.