Beleidsaanbevelingen

  • De Ministeriële Verklaring over ‘TRIPS en volksgezondheid’ (Doha, november 2001) moet volledig in praktijk gebracht worden: ontwikkelingslanden moeten wanneer nodig kunnen overgaan tot dwanglicenties en parallelle import van geneesmiddelen en daarbij door de EU actief worden ondersteund.  
  • De Europese Unie moet zich inzetten voor meer ruimte voor het gebruik van de flexibiliteit uit het TRIPS-akkoord. Dit betekent dat de EU het in 2005 voorgestelde amendement op het TRIPS Verdrag zo snel mogelijk moet ratificeren. Vervolgens zou de EU moeten pleiten voor meer helderheid en minder administratieve lasten binnen ditzelfde amendement.
  • De EU moet in de WTO aan de orde stellen dat landen moeten stoppen de flexibiliteit met bilaterale overeenkomsten te ondermijnen (de zogenaamde TRIPS+ verdragen)
  •  De EU moet zelf ook afzien van het opnemen van strengere intellectuele eigendomsrechten (TRIPS+ clausules) in bilaterale verdragen met ontwikkelingslanden. 
  • De (opbouw van) geneesmiddelenprijzen moet transparant gemaakt worden.
  • Het debat met de farmaceutische industrie moet worden voortgezet over de kosten en richting van investeringen in onderzoek en ontwikkeling.
  • De EU moet technologieoverdracht van de farmaceutische industrie aan vestigingen in ontwikkelingslanden stimuleren. 
  • Nederland kan het goede voorbeeld geven door de beleidsregel zo aan te passen dat er in Nederland ook voorraden van generieke geneesmiddelen kunnen worden opgeslagen voor de uitvoer naar ontwikkelingslanden, zodat productie van dergelijke middelen economisch haalbaar wordt.

Case: Medicijnen

23-06-2009 GL en SP stellen vragen over lading generieke medicijnen

In het vragenuurtje hebben GroenLinks Kamerlid Vendrik en SP Kamerlid Irrgang, vragen gesteld aan de staatssecretaris van Economische Zaken over het onderscheppen van grote partijen medicijnen voor ontwikkelingslanden door de douane.

De heer Vendrik vroeg de staatssecretaris met klem om zo snel mogelijk een einde te maken aan het onderscheppen van deze ladingen medicijnen. Hij vindt het absurd dat wij de farmaceutische industrie helpen om de afspraken van Doha te schenden. Wij zouden volgens de heer Vendrik juist zij aan zij moeten  strijden met arme mensen in arme ontwikkelingslanden die niet anders dan tegen weinig geld belangrijke levensreddende medicijnen kunnen kopen.

Ook vraagt hij opheldering over geheim overleg tussen Europa en de Verenigde Staten het zogenaamde ACTA overleg (Anti-Counterfeiting Trade Agreement)- over de internationale regels ter voorkoming van het namaken, het schenden van patenten. Hoe staat het met dat geheim overleg? Wanneer horen wij daar iets van? Wat is de invloed van de uitkomst van dat overleg op deze kwestie?

De heer Irrgang vindt dat de Kamer wel van het kabinet moet weten  wat de Nederlandse en dus ook de Europese inzet is voor die ACTA onderhandelingen, met name als het gaat om de medicijnen voor de allerarmste landen. Gaan Nederland en Europa zich ervoor inzetten dat die ACTA-onderhandelingen er niet toe leiden dat het nog moeilijker wordt voor de allerarmste ontwikkelingslanden om aan medicijnen tegen hiv/aids te komen? Als het wel die kant uit dreigt te gaan in die geheime onderhandelingen, trekt Nederland zich daaruit dan terug?

Monitor fair: GroenLinks, SP