Beleidsaanbevelingen

  • Nederland moet het Unesco-plus Verdrag zo spoedig mogelijk ratificeren en implementeren.
  • Nederland moet toetreden tot het Eerste Protocol bij de Haagse Conventie.
  • De Inspectie Cultuurbezit en de douane moeten ook controleren op minder grote stukken. Daarvoor dient de wet worden aangepast. Bovendien moet de douane daarvoor meer menskracht, opleiding en apparatuur te krijgen.

Case: Kunstroof

Kunstroof

Nederland ondersteunt in ontwikkelingslanden bewustwording en bescherming van cultureel erfgoed, maar is traag met de ratificatie van de belangrijkste verdragen om kunstroof tegen te gaan. Hierdoor heeft Justitie vooralsnog geen juridische instrumenten in handen om handel in geroofde kunst uit ontwikkelingslanden tegen te gaan. Illegale kunstschatten kunnen zo ongestraft de grens passeren.

 

Veel ontwikkelingslanden beschikken over een rijk cultureel erfgoed, maar kunnen het niet beschermen tegen smokkel en illegale handel. Deze landen stellen nauwelijks geld en capaciteit beschikbaar voor onderhoud en bescherming van hun kunstobjecten. Ontwikkelingslanden zijn een voornaam doelwit van kunstroof. Armoede creëert mogelijkheden voor illegale handelaars om kunstschatten tegen zeer lage prijzen te kopen en deze weer door te verkopen aan verzamelaars en musea in de westerse wereld.  

Beleid Ontwikkelingssamenwerking/ Cultuur (OCW)

Nederland stelt geld beschikbaar voor het duurzame behoud van het gemeenschappelijke culturele erfgoed in ontwikkelingslanden. Het programma Cultuur en Ontwikkeling (waaronder het beleidsterrein Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed valt) is gericht is op het versterken van de culturele identiteit in een aantal ontwikkelingslanden als bijdrage aan duurzame sociaal-economische ontwikkeling. Nederland streeft naar het duurzaam behoud en beheer van Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed door bilaterale samenwerking met zeven prioriteitslanden, waaronder India, Indonesië, Ghana en Zuid-Afrika1. De ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken voeren dit Internationaal Cultuurbeleid gezamenlijk uit. Het gaat in 2007 om een bedrag van €1.663.000,-2.
 
Dit budget is bestemd voor kennisuitwisseling, versterking van het lokale draagvlak en vergroting van de kennis door inventarisatie en documentatie3. De projecten variëren van het beschikbaar stellen van geld en expertise voor restauratie, tot training van politie en douane en bewustmaking van de bevolking.

Beleid Justitie/ OCW

Om de illegale handel in cultuurobjecten tegen te gaan, zijn er internationale afspraken gemaakt. De twee belangrijkste verdragen om cultureel erfgoed te kunnen beschermen zijn het Unesco Verdrag en het Unidroit Verdrag. Daarnaast is de Haagse Conventie een verdrag dat bescherming biedt van cultureel erfgoed tijdens gewapende conflicten.
 
De regering heeft de twee belangrijkste verdragen om kunstroof tegen te gaan enkel ondertekend, maar nog niet geratificeerd en geïmplementeerd. Een wetsvoorstel voor het zogenaamde Unesco Plus Verdrag, is echter wel in voorbereiding. Het Unesco Verdrag is aangevuld met een aantal belangrijke bepalingen uit het Unidroit Verdrag, wat tot het zogenaamde Unesco Plus Verdrag heeft geleid. De Tweede Kamer heeft ingestemd met deze zogenaamde Unesco-Plus oplossing in april 2005. Het wetsvoorstel is in voorbereiding en zal naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Het is echter nog niet duidelijk wanneer dat gebeurt.
 
Hiermee neemt de regering nadrukkelijk afstand van ratificatie van het Unidroit Verdrag. De Staatssecretaris van Cultuur en de Minister van Justitie lieten de Tweede Kamer al in 2004 weten dat de regering het Unidroit Verdrag niet zal ratificeren4. De argumentatie die de regering hiervoor destijds aandroeg, is dat ze verwacht dat met ratificatie van dit Verdrag de reguliere handel in kunst in gevaar komt en dat het tot administratieve lastenverzwaring en een werklastvermeerdering van de rechtelijke macht leidt5. 
 
Onderstaand volgt uitleg over de Haagse Conventie, het Unesco Verdrag en het Unidroit Verdrag. Het laatstgenoemde verdrag wordt dus niet geratificeerd, maar er zullen wel clausules van dit verdrag overgenomen worden in het zogenaamde Unesco Plus Verdrag.
 
1. Haagse Conventie
De Haagse Conventie uit 1954 biedt culturele goederen bescherming in het geval van een gewapend conflict6. Deze conventie werd al snel aangevuld met een protocol. Het eerste protocol (1954) bepaalt dat kunstobjecten die ontvreemd zijn uit een bezet gebied, aan de oorspronkelijke eigenaar moeten worden teruggegeven. Het Tweede Protocol (1999) vraagt staten maatregelen te nemen om hun monumenten en collecties in tijden van gewapende conflicten te beveiligen.
 
Hoewel Nederland het initiatief heeft genomen voor het tot stand brengen van de Haagse Conventie en de twee Protocollen, loopt de regering achter bij de implementatie ervan. Het Protocol is al in 1958 geratificeerd, maar men ziet nu pas noodzaak tot implementatie7. Het Tweede Protocol is begin 2007 geratificeerd; het Eerste Protocol ligt op dit moment in de Eerste Kamer ter goedkeuring.
 
2. Unesco Verdrag
In 1970 kwam het Unesco Verdrag inzake de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen tot stand8. Het verdrag bepaalt dat cultuurgoederen die in nationale wetgeving zijn aangewezen als van belang voor het nationale erfgoed en waarvoor een exportverbod geldt, teruggeëist kunnen worden door het land van herkomst.
 
Een belangrijke zwakte van dit verdrag is de voorgenomen bepaling om alleen kunstroof en smokkel van grote stukken tegen te gaan9. Het verdrag definieert niet wat grote stukken zijn. In de praktijk krijgen de meeste Nederlandse handelaren, veilinghuizen, verzamelaars, en musea zelden met grote stukken te maken. Onder invloed van globalisering, toegenomen reislust, welvaartsverschillen en internetveilingen verdwijnen steeds meer niet-grote stukken10.
 
Ook de niet-wettelijke maatregelen voor zelfregulering maken dit verdrag zwak en niet toereikend om kunstroof- en smokkel effectief aan te pakken. Zowel de museumwereld als de handel en veilinghuizen doen, via eigen gedragscodes, aan zelfregulering maar de praktijk leert dat het voor de betrokken instanties zelf moeilijk is daar consequenties aan te verbinden.
 
In 2004 besloot Nederland het Unesco Verdrag te ratificeren en de implementatie ervan voor te bereiden. Ook werd voorgesteld het verdrag aan te vullen met een strafrechtelijk verbod op het handelen in en in bezit hebben van gestolen of illegaal uitgevoerde cultuurgoederen.
 
3. Unidroit Verdrag
In 1995 werd het Unidroit Verdrag inzake de internationale terugkeer van gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen opgesteld11 . Dit verdrag is een aanvulling op het eerder genoemde Unesco Verdrag. De belangrijkste clausule uit het verdrag is dat in principe van iedereen die een gestolen of illegaal goed in zijn/haar bezit heeft, geëist kan worden om het terug te geven en dat er een omgekeerde bewijslast rust op de verkrijger. Het probleem is echter dat voorwerpen die niet geïnventariseerd zijn of geregistreerd staan (bijvoorbeeld goederen die illegaal opgegraven worden) gemakkelijk aan het oog van de douane kunnen ontglippen.
 
Het Unidroit Verdrag is effectiever dan het Unesco Verdrag, omdat degene die een object verwerft moet bewijzen dat hij dit te goeder trouw deed. De koper moet uitzoeken of een object niet afkomstig is van smokkel of illegale handel. Deze omgekeerde bewijslast is een grote steun voor de Douane en Cultuurinspectie bij de bestrijding van smokkel en illegale handel.  De regering gaat dit verdrag niet ratificeren, maar gaat dus wel bepaalde delen uit dit verdrag in het nieuwe wetsvoorstel overnemen. Welke dat zijn is op dit moment nog niet bekend.  

Incoherentie

Hoewel de Nederlandse regering zich bewust is van de problematiek van kunstroof uit ontwikkelingslanden, voert ze een dubbelzinnig beleid. In ontwikkelingslanden toont Nederland zich een actief beschermer van cultureel erfgoed. Maar in eigen land gebeurt er veel minder. Nederlandse kopers van illegale kunstobjecten worden niet vervolgd voor de kunstroof die zij in de hand werken.
 
Nederland heeft gekozen voor een variant van het Unesco Verdrag. Het is de hoogste tijd dat dit verdrag nu eindelijk geratificeerd wordt, want pas dan kan er een halt worden toegeroepen aan kunstroof en smokkel. De EVS roept de regering dan ook op deze wetswijziging zo snel mogelijk aan de Tweede Kamer voor te leggen ter goedkeuring. 

 

Noten
1 Ministerie van Buitenlandse Zaken, HGIS Nota 2007, pp. 17.
2 Idem.
3 HGIS Cultuurprogramma 2005-2008 (Ministerie van Buitenlandse Zaken/ Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) 
 4  Brief aan de Tweede Kamer van 19 juli 2004 (Kamerstuk 29314, nr. 8)
5  Idem
6  Zie voor meer informatie het bijgevoegde document ‘Haagse Conventie’.
7  De reden dat het volgens de regering zo lang geduurd heeft, is dat pas in 1997 voor het eerst een beroep is gedaan op het protocol door een buitenlandse autoriteit. Pas toen werd door de rechter opgemerkt dat implementatie van het protocol nodig is om het te kunnen inroepen.
8 Zie voor meer informatie het bijgevoegde document ‘Unesco Verdrag’.
9 Het kabinet definieert in de brief van 19 juli 2004 niet wat grote stukken zijn (Kamerstuk 29314, nr. 8).
10 De Staatssecretaris van Cultuur zegt in de brief van 19 juli 2004 ook overtuigd te zijn van de ernst van smokkel en illegale handel in kunst en antiquiteiten (Kamerstuk 29314, nr. 8). Zie ook: Jos van Beurden, Goden, Graven en Grenzen: Over Kunstroof uit Afrika, Azië en Latijns Amerika, Amsterdam, 2001, passim.
11 Zie voor meer informatie het bijgevoegde document ‘Unidroit Verdrag’