Van 7 tot 18 december vindt in Kopenhagen de Klimaattop plaats. Hier moeten afspraken gemaakt worden door 192 landen over een nieuw wereldwijd klimaatverdrag. De inzet is hoog: we moeten met zn allen voorkomen dat de aarde met meer dan 2 graden Celsius opwarmt. Hoewel niemand twijfelt aan de noodzaak om dit doel te realiseren de gevolgen als de aarde met meer dan 2 graden opwarmt zijn helemaal niet te overzien- is de manier waarop dit bereikt moet worden nog allerminst beslecht, omdat er enorme bedragen op tafel moeten komen. Ontwikkelingslanden eisen dat de vervuiler, het westen dus, de rekening betaalt. Dat betekent enerzijds dat de vermindering van de uitstoot van broeikassen voornamelijk van westerse landen moet komen. Anderzijds moet het westen moet betalen voor de schade als gevolg van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Deze landen worden veel harder geraakt door de klimaatverandering, terwijl ze nauwelijks hebben bijgedragen aan de oorzaak hiervan. De EVS vindt het de hoogste tijd dat westerse landen hun verantwoordelijkheid nemen, want tot nu toe zijn de verwachtingen niet groot dat de Klimaattop zal slagen. Dat kan de wereld zich níet veroorloven.

Wat staat er op het spel?
Het wereldwijde klimaatverdrag dat in Kopenhagen afgesloten moet worden is de opvolger van het Kyoto Protocol dat in 2012 afloopt. De hoofdoorzaak van klimaatverandering is de wereldwijde uitstoot van het broeikasgas (CO2). Dit komt met name door het gebruik van fossiele brandstoffen. In het Kyoto Protocol spraken de westerse landen gezamenlijk af om de uitstoot van CO2 voor 2012 met 5 procent te reduceren ten opzichte van het niveau van 1990. De beoogde emissiedoelstellingen van het Kyoto Protocol blijken echter onvoldoende om de klimaatverandering te beperken. Hieruit volgt de noodzaak voor het nieuwe internationale klimaatverdrag, dat moet leiden tot veel ambitieuzere emissiereducties, die door een veel groter aantal landen moeten worden aanvaard. Zo is het Kyoto Protocol is nooit ondertekend door de VS, een van de grootse uitstoters van CO2.
Het is dan ook de vraag of op de Top in Kopenhagen een voortzetting van het Kyoto Protocol of een geheel nieuw klimaatverdrag op tafel komt te liggen. De VS hebben al laten weten voorstander te zijn van een volledig nieuw verdrag dat ook verplichtingen bevat voor opkomende industrielanden, en dat tegelijkertijd staten meer vrijheid biedt om individueel invulling te geven aan klimaatdoelen. De EU wilde aanvankelijk doorgaan op het in het Kyoto Protocol ingezette traject, dat ontwikkelingslanden ontziet. Maar het is inmiddels duidelijk dat de EU ook langzaam het Kyoto Protocol aan het loslaten is, tot ongenoegen van de ontwikkelingslanden. Het nieuwe verdrag moet in ieder geval in 2012 ingaan en bevat de internationale klimaatdoelen tot 2020.
Driekwart van alle schade als gevolg van klimaatverandering treft ontwikkelingslanden, blijkt uit cijfers van de Wereldbank in het World Development Report 2010¹, terwijl zij er het minst aan hebben bijgedragen en zich het slechtst hiertegen kunnen verweren. De ontwikkelingslanden, verenigd als onderhandelingspartners in een blok (G77, onder aanvoering van China, India en Brazilië, maar ook Afrikaanse landen), eisen dan ook dat de Europese Unie (EU) en de andere rijke westerse landen (zoals de VS, Japan, Canada) de rekening betalen. Alleen dán zullen ze instemmen met het nieuwe klimaatverdrag.
Wie gaat dat betalen?
De EU weigert echter tot op heden haar verantwoordelijkheid te nemen en komt niet met concrete bedragen over de brug om de ontwikkelinglanden te compenseren in hun strijd tegen klimaatverandering. Daarnaast is er ook nog totaal geen overeenstemming hoe dit geld gegenereerd gaat worden. Vooral de Oost-Europese lidstaten, zoals Polen en Tsjechië liggen dwars. Omdat bij de lastenverdeling niet alleen rekening wordt gehouden met welvaart, maar ook met de koolstofintensiteit van de economie vinden deze landen dat ze te veel moeten betalen. Hun veelal verouderde industrie maakt voor een groot deel nog gebruik van steenkool, waar bij de verbranding nog meer CO2 vrijkomt dan bij andere fossiele brandstoffen. Maar ook lidstaten zoals Frankrijk, Italië en Duitsland voelen er weinig voor om hieraan bij te dragen. Maatregelen om de uitstoot van CO2 terug te dringen kosten enorm veel geld en de voordelen worden pas in de verre toekomst zichtvaar. Klimaatbeleid is daarom voor de meeste politici moeilijk te verkopen. Het feit dat de economische crisis de regeringen tot zware bezuinigingen dwingt, maakt dat de lidstaten huiverig zijn voor Europese ambities die geld kosten.
Binnen de EU bestaat er dus totaal geen overeenstemming over de te kiezen strategie, maar ook wereldwijd gezien houden de verschillende belangen van de onderhandelingspartners elkaar volledig in de tang: zo wil de EU pas toezeggen dat ze haar CO2 uitstoot zal reduceren als ook de VS dit toezeggen. In de VS echter is de weerstand tegen een internationaal klimaatverdrag nog heel groot en wil geen toezeggingen doen zolang China - inmiddels s werelds grootste uitstoter van CO2- zich niet bereid toont om haar uitstoot te verminderen. En China vindt weer dat zij niet de problemen heeft veroorzaakt en dat de rijke landen eerst toezeggingen moeten doen over financiële middelen voordat China toezeggingen gaat doen. Dit land weigert verplichtingen op zich te nemen die ten koste kunnen gaan van de economische groei. En zo zijn we weer rond, want de industrielanden willen pas toezeggingen doen over financiering als ontwikkelingslanden duidelijk maken hoe ze dat willen gebruiken en wat ze daarmee gaan bereiken.
Ondertussen tikt de klok en is er geen tijd te verliezen. Wetenschappers luiden de noodklok en hebben berekend dat de schade als gevolg van de klimaatverandering wereldwijd kan oplopen tot €5.500 miljard². De kans op orkanen en overstromingen neemt toe, evenals ernstige watertekorten en enorme droogteperioden. De zeespiegel zal stijgen, met alle gevolgen vandien. Als we nu niks doen zullen voedseltekorten ontstaan, meer mensen ziek worden en vluchtelingenstromen op gang komen. De gevolgen van klimaatverandering zullen vooral de armste mensen in de armste landen raken. Zij zijn direct afhankelijk van landbouw, bosbouw en visserij en dus het meest kwetsbaar voor de verwachte toename van extreem weer. Mensen in ontwikkelingslanden zijn de dupe van het feit dat westerlingen altijd op te grote voet hebben geleefd. Het westen heeft hier dan ook een morele plicht om de kosten van klimaatverandering zoveel mogelijk zelf op zich te nemen.
Volgens NGOs zoals Milieudefensie en Oxfam, verenigd in het Climate Action Netwerk³, hebben ontwikkelingslanden jaarlijks €110 miljard vanaf 2020 om de kosten van klimaatadaptatie- en mitigatie 4 kunnen opvangen. Dat is het bedrag dat nodig is voor adaptatie (€40 miljard, onder andere bestemd voor waarschuwingssystemen voor overstroming, verbouwen van andere voedselgewassen, irrigatiesystemen, verhuizing van hele dorpen uit gevarenzones), het stoppen van ontbossing (€30 miljard om regeringen te belonen die zich inzetten voor het behoud van hun bossen; ontbossing is nu verantwoordelijk voor 20% van de mondiale CO2 uitstoot) en duurzame energie (€40 miljard) in ontwikkelingslanden. Volgens deze NGOs zou de EU hiervan minimaal €35 miljard voor haar rekening moeten nemen, dat afkomstig kan zijn uit een veiling van emissierechten of uit brandstofheffing voor het internationale vliegverkeer en scheepvaart5. De kosten zoals berekend door de Wereldbank 6 variëren tussen $75 miljard en $100 miljard per jaar. Dat zijn alleen de kosten om de gevolgen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden op te vangen. De kosten van mitigatie zitten daar niet bij. De ramingen van de Europese Commissie liggen op €100 miljard vanaf 20207.
Maar tot nog toe heeft de EU nog geen concrete bedragen genoemd. In de slotverklaring van de laatste ingelaste top van de G20 Ministers van Financiën (7 en 8 november jl. in St. Andrew) staat slechts dat de twintig landen actie ondernemen tegen klimaatverandering en zullen werken aan een ambitieuze uitkomst in Kopenhagen 8. Over harde bedragen bereikten ze geen overeenstemming. De EU heeft nu alleen bedragen toegezegd tussen €2 miljard en €15 miljard. Dat komt bij verre na niet in de buurt bij wat wetenschappers, de Wereldbank en NGOs hebben berekend.
Ontwikkelingslanden moeten naast de financiering ondersteund worden met technologie en kennis. Er moeten internationale samenwerkingsprogrammas komen om nieuwe schone technologieën, zoals zonne-energie bijvoorbeeld, versneld te ontwikkelen. Op die manier kan op een duurzame manier economische groei bereikt worden. Overigens mogen deze miljarden voor klimaat niet ten koste gaan van budgetten die beschikbaar zijn gesteld voor ontwikkelingssamenwerking (ODA). Klimaatverandering moet worden tegengegaan, zonder dat de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden beperkt wordt. Niet alleen de hoogte van het bedrag, maar ook de wijze waarop de betalingen tot stand komen, de vraag wie het geld gaat beheren en waaraan het uitgegeven wordt, zijn belangrijke onderwerpen van de Klimaattop in Kopenhagen.
Verantwoordelijkheid Europese Unie
Naast de vraag wie de kosten betaalt van de gevolgen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden, is het de vraag in hoeverre de EU en de andere westerse landen bereid zijn om haar eigen broeikasgassenuitstoot te verminderen. Zoals het er nu naar uitziet, moet de binnenlandse uitstoot van CO2 afnemen met minstens 40% (ten opzichte van 1990) in 2020 om een opwarming van de aarde van meer dan 2 graden Celsius te voorkomen. In 2050 moet de uitstoot zelfs met circa 80 % teruggebracht zijn ten opzichte van het jaar 1990. Dat kunnen industrielanden bereiken door minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen, energiebesparing en versnelde omschakeling naar duurzame energie. De voorstellen voor de reductie van de eigen CO2 van de EU zoals ze er nu liggen zijn echter te mager. Ze gaan nu uit van een vermindering van 30 procent. Er ligt echter geen concreet plan voor welk deel van die 30 procent op Europees grondgebied wordt gerealiseerd. Voorkomen moet worden dat deze reductie niet in de EU zelf plaatsvindt, omdat bedrijven hun reducties in het buitenland mogen afkopen. De reducties van rijke landen moeten dus grotendeels plaatsvinden in eigen land en mogen niet worden afgekocht via projecten in ontwikkelingslanden.
De ontwikkelingslanden zelf zullen ook mee moeten werken om de doelen te behalen: alle niet-geïndustrialiseerde landen -waaronder China en India- moeten de groei van hun uitstoot in dezelfde periode met 30 procent terugbrengen9. Ook zij hebben nog steeds geen toezeggingen gedaan dat ze zich zullen binden aan doelstellingen om hun snel groeiende uitstoot te beperken. Als naast fossiele brandstoffen ook de CO2-uitstoot ten gevolge van ontbossing wordt meegewogen, zijn 4 van de zes landen met de hoogste CO2-uitstoot ontwikkelingslanden: China (1), Indonesië (3), India (4) en Brazilië (6). Op plaats 2 en 5 staan respectievelijk deVS en Rusland. Ook deze landen hebben het Kyoto-protocol nooit geratificeerd.
Conclusie
Het lijkt er steeds meer op dat de klimaattop in Kopenhagen eind dit jaar slechts een politiek akkoord zal opleveren, in plaats van het gewenste juridisch bindende verdrag. Als de wereld er in Kopenhagen niet in slaagt een nieuw verdrag te bereiken en als de doelen voor verlaging van de uitstoot niet krachtig genoeg zijn bestaat er een reële kans dat de schade van klimaatverandering onomkeerbaar is wat tot desastreuze gevolgen leidt 10.
Er is in alle voorbereidende toppen sinds Bali in 2007 té weinig vooruitgang geboekt. De voorbereidende toppen in Bangkok (oktober jl.) en Barcelona (begin november jl.) hebben er alleen maar voor gezorgd dat de industrielanden en ontwikkelingslanden nog verder uit elkaar zijn gedreven. De westerse landen kunnen het maar niet eens worden over de vermindering van uitstoot van broeikasgassen en over het geld dat moet worden vrijgemaakt om ontwikkelingslanden te helpen bij het bestrijden van de opwarming van de aarde. En dat terwijl de problemen van klimaatverandering veel te groot zijn om met een niet-juridisch bindend verdrag aan te komen. Er moet alles op alles worden gezet om dat te voorkomen. Pas als westerse landen beloven hun uitstoot drastisch te beperken, ontwikkelingslanden financieel te steunen in hun beperking van de uitstoot van CO2 en ze toegang te geven tot duurzame energie, de ontbossing tegen te gaan en zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering is er sprake van een eerlijk en effectief klimaatverdrag.
Noten
1 World Development Report 2010: Development and climate change. http://econ.worldbank.org/
2 De Britse topeconoom en voormalig vice-directeur van de Wereldbank Nicholas Stern becijferde de economische gevolgen van het broeikaseffect. Volgens zijn rapport, The Economics of Climate Change, vormen de gevolgen van klimaatverandering de grootste bedreiging ooit van de economie: http://www.hmtreasury.gov.uk/sternreview_index.htm
3 www.climatenetwork.org/
4 Bestrijden van de klimaatverandering door bijvoorbeeld te investeren in duurzame energie.
5 http://www.milieudefensie.nl/kopenhagen2009/achtergronden/financiering
6 Worldbank: The cost to deverloping countries of adapting to climate change. Zie ook de website: http://beta.worldbank.org/content/economics-adaptation-climate-change-study-homepage
7 http://ec.europa.eu/environment/climat/future_action.htm
8 http://www.tuac.org/fr/public/e-docs/00/00/05/AF/document_doc.phtml, page 3.
9 http://www.hier.nu/klimaat/klimaattop_kopenhagen.html
10http://www.hier.nu/klimaatnieuws/nieuws/3/2009/001384/Kopenhagen_for_dummies.html