Beleidsaanbevelingen

DGIS/ onderwijs:
· Nederland moet er in bilaterale relaties op aandringen dat iedereen toegang moet hebben tot gratis onderwijs en gratis schoolmaaltijden.

· De door Nederland gesteunde specifieke programmas en projecten tegen kinderarbeid zouden:

· zich minder moeten richten op het bestrijden van alleen de ergste vormen van kinderarbeid, maar vooral programmas moeten steunen die alle vormen van kinderarbeid bestrijden

· in gevallen waar het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid wel het uitgangspunt is, zich waar mogelijk moeten aansluiten bij of het initiatief nemen tot programmas die zijn gericht op instroming van de kinderen in het formele dagonderwijs.

Economische Zaken:

· Nederland moet zich inzetten voor de verbetering van arbeidsrechten voor volwassenen.

· Bestrijding van kinderarbeid moet systematisch aan de orde worden gesteld bij handelsmissies in landen waar kinderarbeid veelvuldig voorkomt.

· Bedrijven die krediet krijgen, meegaan op handelsmissies of anderszins door de overheid gesteund worden, moeten inzichtelijk maken of zij betrokken zijn bij kinderarbeid (ook in hun toeleveringsketen) en wat ze daar aan doen.

· De Nederlandse overheid moet zich inzetten voor een volledig duurzaam inkoopbeleid, waar ook het bestrijden van kinderarbeid en het naleven van arbeidsnormen prominent deel van uitmaakt.

· Transparantie nastreven bij bedrijven over hun productieketen over de mate waarin de fundamentele ILO-arbeidsnormen in de praktijk worden gebracht.

· Nederland moet afspraken maken met ontwikkelingslanden om kinderarbeid in exportsectoren (beter) te controleren.

Buitenlandse Zaken:

· Een mondiaal importverbod op producten waarbij sprake is van kinderarbeid helpt niet zolang er niet gewerkt wordt aan alternatieven om kinderarbeid te bestrijden. De Nederlandse regering moet zich dus ook inzetten voor bovengenoemde alternatieven, zoals gratis onderwijs en het verbeteren van arbeidsrechten voor volwassenen. Pas dan wordt er effectief gewerkt aan het bestrijden van kinderarbeid.

Case: Kinderarbeid

31-10-2011 Schriftelijke Kamervragen over kinderarbeid en het EU vrijhandelsverdrag met India

Op 31 oktober heeft Joel Voordewind, Kamerlid voor ChristenUnie, schriftelijke vragen aan minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken en staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gesteld. Deze gingen over schending van arbeidsrechten en kinderarbeid in India.

De EU voert op dit moment onderhandelingen om een Free Trade Agreement (FTA) met India te sluiten. Deze onderhandelingen zijn in vergevorderd stadium en worden naar verwachting begin 2012 afgerond. Voordewind uitte in de vragen zijn zorgen over de vrijblijvende bepalingen met betrekking tot duurzaamheids- en ontwikkelingsvraagstukken in het FTA-voorstel. 

In India komen nog veel schendingen van arbeidsrechten voor, zoals kinderarbeid, dwangarbeid en discriminatie. Ook in de productieketens van Nederlandse bedrijven komen schendingen van arbeidsrechten en kinderarbeid voor. Minister Rosenthal heeft eerder aangegeven dat hij volop vertrouwen heeft in de manier waarop de Indiase regering deze problemen aanpakt.

Voordewind heeft gevraagd hoe dit zich verhoudt tot verschillende berichten en rapporten over schendingen van arbeids- en mensenrechten in India en hoe de minister hier momenteel over denkt. Ook verwees Voordewind naar zijn eigen motie (15 december 2010), waarin het kabinet gevraagd wordt zich sterk te maken voor het opnemen van een duurzaamheidshoofdstuk in de FTA met India. Hij heeft gevraagd hoe de minister en staatssecretaris bezig zijn met het uitvoeren van deze motie tijdens de EU onderhandelingen met India.

Lees hier de Kamervragen van Voordewind en de eerder ingediende motie.

Update: lees hier ook de antwoorden van minister Rosenthal en staatssecretaris Bleker.

Monitor fair: ChristenUnie