Beleidsaanbevelingen

DGIS/ onderwijs:
· Nederland moet er in bilaterale relaties op aandringen dat iedereen toegang moet hebben tot gratis onderwijs en gratis schoolmaaltijden.

· De door Nederland gesteunde specifieke programmas en projecten tegen kinderarbeid zouden:

· zich minder moeten richten op het bestrijden van alleen de ergste vormen van kinderarbeid, maar vooral programmas moeten steunen die alle vormen van kinderarbeid bestrijden

· in gevallen waar het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid wel het uitgangspunt is, zich waar mogelijk moeten aansluiten bij of het initiatief nemen tot programmas die zijn gericht op instroming van de kinderen in het formele dagonderwijs.

Economische Zaken:

· Nederland moet zich inzetten voor de verbetering van arbeidsrechten voor volwassenen.

· Bestrijding van kinderarbeid moet systematisch aan de orde worden gesteld bij handelsmissies in landen waar kinderarbeid veelvuldig voorkomt.

· Bedrijven die krediet krijgen, meegaan op handelsmissies of anderszins door de overheid gesteund worden, moeten inzichtelijk maken of zij betrokken zijn bij kinderarbeid (ook in hun toeleveringsketen) en wat ze daar aan doen.

· De Nederlandse overheid moet zich inzetten voor een volledig duurzaam inkoopbeleid, waar ook het bestrijden van kinderarbeid en het naleven van arbeidsnormen prominent deel van uitmaakt.

· Transparantie nastreven bij bedrijven over hun productieketen over de mate waarin de fundamentele ILO-arbeidsnormen in de praktijk worden gebracht.

· Nederland moet afspraken maken met ontwikkelingslanden om kinderarbeid in exportsectoren (beter) te controleren.

Buitenlandse Zaken:

· Een mondiaal importverbod op producten waarbij sprake is van kinderarbeid helpt niet zolang er niet gewerkt wordt aan alternatieven om kinderarbeid te bestrijden. De Nederlandse regering moet zich dus ook inzetten voor bovengenoemde alternatieven, zoals gratis onderwijs en het verbeteren van arbeidsrechten voor volwassenen. Pas dan wordt er effectief gewerkt aan het bestrijden van kinderarbeid.

Case: Kinderarbeid

21-09-2011 Kamervragen over kinderarbeid en slavernij in de cacaosector

Media aandacht voor misstanden in de cacaosector heeft geleid tot kamervragen vanuit de oppositie. Kamerleden Dikkers, Smeets (PvdA), Voordewind (ChristenUnie) en Gesthuizen (SP) hebben de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken kamervragen gesteld over het bericht dat de cacaosector faalt in het terugdringen van kinderarbeid en gedwongen (volwassen) arbeid.

De afgelopen tien jaar is de wereldwijde cacao- en chocolade industrie er niet in geslaagd om een einde te maken aan misstanden, ondanks verschillende initiatieven hiervoor. Kinderarbeid, slavernij en slechte arbeidsomstandigheden komen nog steeds veel voor op cacaoplantages.

Nederland wordt internationaal als voorloper beschouwd, vanwege de intentieverklaring duurzame cacao. Alle cacao die aan Nederlandse consumenten verkocht wordt moet duurzaam en eerlijk geproduceerd zijn. Echter, het grootste deel van de cacao die in Nederland verwerkt wordt, wordt geëxporteerd naar het buitenland. Voor deze cacao geldt de intentieverklaring niet.

De Kamerleden vroegen de overheid een voortrekkersrol op zich te nemen om de situatie op cacaoplantages te verberen. Hierbij vroegen ze de Nederlandse industrie en overheid specifiek om verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van geëxporteerde cacao te nemen.

» Klik hier voor de kamervragen met antwoorden.

Meer informatie? De 10 campaign vraagt aandacht voor misstanden in de cacaosector.

Monitor fair: PvdA, ChristenUnie, SP