Beleidsaanbevelingen

DGIS/ onderwijs:
· Nederland moet er in bilaterale relaties op aandringen dat iedereen toegang moet hebben tot gratis onderwijs en gratis schoolmaaltijden.

· De door Nederland gesteunde specifieke programmas en projecten tegen kinderarbeid zouden:

· zich minder moeten richten op het bestrijden van alleen de ergste vormen van kinderarbeid, maar vooral programmas moeten steunen die alle vormen van kinderarbeid bestrijden

· in gevallen waar het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid wel het uitgangspunt is, zich waar mogelijk moeten aansluiten bij of het initiatief nemen tot programmas die zijn gericht op instroming van de kinderen in het formele dagonderwijs.

Economische Zaken:

· Nederland moet zich inzetten voor de verbetering van arbeidsrechten voor volwassenen.

· Bestrijding van kinderarbeid moet systematisch aan de orde worden gesteld bij handelsmissies in landen waar kinderarbeid veelvuldig voorkomt.

· Bedrijven die krediet krijgen, meegaan op handelsmissies of anderszins door de overheid gesteund worden, moeten inzichtelijk maken of zij betrokken zijn bij kinderarbeid (ook in hun toeleveringsketen) en wat ze daar aan doen.

· De Nederlandse overheid moet zich inzetten voor een volledig duurzaam inkoopbeleid, waar ook het bestrijden van kinderarbeid en het naleven van arbeidsnormen prominent deel van uitmaakt.

· Transparantie nastreven bij bedrijven over hun productieketen over de mate waarin de fundamentele ILO-arbeidsnormen in de praktijk worden gebracht.

· Nederland moet afspraken maken met ontwikkelingslanden om kinderarbeid in exportsectoren (beter) te controleren.

Buitenlandse Zaken:

· Een mondiaal importverbod op producten waarbij sprake is van kinderarbeid helpt niet zolang er niet gewerkt wordt aan alternatieven om kinderarbeid te bestrijden. De Nederlandse regering moet zich dus ook inzetten voor bovengenoemde alternatieven, zoals gratis onderwijs en het verbeteren van arbeidsrechten voor volwassenen. Pas dan wordt er effectief gewerkt aan het bestrijden van kinderarbeid.

Case: Kinderarbeid

21-10-2010 SP, CU, CDA, D66 en GL stellen vragen over kinderarbeid in de hazelnootsector

Aanleiding is een bericht in de media dat op grote schaal sprake is van kinderarbeid bij de productie van hazelnoten in Turkije. De kamerleden stelden vragen aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de Minister van Buitenlandse Zaken.

De leden Gesthuizen en Irrgang (SP), Voordewind (CU) vroegen aan de ministers of zij de mening delen dat zowel Nederlandse bedrijven, de Nederlandse overheid als de Turkse overheid al het mogelijke moeten doen om overtredingen van afspraken van de ILO (International Labor Organisation) te voorkomen en te bestrijden. Ook vroegen ze de Ministers of ze bereid zijn te onderzoeken of betreffende bedrijven alle maatregelen hebben getroffen om overtredingen van de ILO conventies te voorkomen. Het kamerlid van Veldhoven-van der Meer (D66) vroeg hoe groot de rol van Nederland in de verwerking van hazelnoten uit de verdachte gebieden is.

Kamerlid Ferrier (CDA) vroeg specifiek naar de wijze waarop initiatieven op het gebied van de bestrijding van kinderarbeid, die door het vorige kabinet zijn uitgezet, worden voorgezet. Ook vroegen Ferrier (CDA) en Braakhuis (GL) hoe de consument wordt geinformeerd over het gebruik van kinderarbeid bij de totstandkoming van het eindproduct waarin hazelnoten uit Turkije zijn verwerkt.

Alle bovengenoemde kamerleden vroegen de Ministers of tot een gezamenlijke aanpak van het probleem kan worden gekomen via het Initiatief Duurzame Handel.

Klik hier voor de vragen van de SP en CU, CDA, D66, en GL.

Monitor fair: SP, ChristenUnie, CDA, D66, GroenLinks