Beleidsaanbevelingen

DGIS/ onderwijs:
· Nederland moet er in bilaterale relaties op aandringen dat iedereen toegang moet hebben tot gratis onderwijs en gratis schoolmaaltijden.

· De door Nederland gesteunde specifieke programmas en projecten tegen kinderarbeid zouden:

· zich minder moeten richten op het bestrijden van alleen de ergste vormen van kinderarbeid, maar vooral programmas moeten steunen die alle vormen van kinderarbeid bestrijden

· in gevallen waar het bestrijden van de ergste vormen van kinderarbeid wel het uitgangspunt is, zich waar mogelijk moeten aansluiten bij of het initiatief nemen tot programmas die zijn gericht op instroming van de kinderen in het formele dagonderwijs.

Economische Zaken:

· Nederland moet zich inzetten voor de verbetering van arbeidsrechten voor volwassenen.

· Bestrijding van kinderarbeid moet systematisch aan de orde worden gesteld bij handelsmissies in landen waar kinderarbeid veelvuldig voorkomt.

· Bedrijven die krediet krijgen, meegaan op handelsmissies of anderszins door de overheid gesteund worden, moeten inzichtelijk maken of zij betrokken zijn bij kinderarbeid (ook in hun toeleveringsketen) en wat ze daar aan doen.

· De Nederlandse overheid moet zich inzetten voor een volledig duurzaam inkoopbeleid, waar ook het bestrijden van kinderarbeid en het naleven van arbeidsnormen prominent deel van uitmaakt.

· Transparantie nastreven bij bedrijven over hun productieketen over de mate waarin de fundamentele ILO-arbeidsnormen in de praktijk worden gebracht.

· Nederland moet afspraken maken met ontwikkelingslanden om kinderarbeid in exportsectoren (beter) te controleren.

Buitenlandse Zaken:

· Een mondiaal importverbod op producten waarbij sprake is van kinderarbeid helpt niet zolang er niet gewerkt wordt aan alternatieven om kinderarbeid te bestrijden. De Nederlandse regering moet zich dus ook inzetten voor bovengenoemde alternatieven, zoals gratis onderwijs en het verbeteren van arbeidsrechten voor volwassenen. Pas dan wordt er effectief gewerkt aan het bestrijden van kinderarbeid.

Case: Kinderarbeid

01-10-2009 SP en ChristenUnie stellen vragen over kinderarbeid

De kamerleden Ortega-Martijn, Voordewind (beiden ChristenUnie) en Gesthuizen (SP) hebben de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Buitenlandse Zaken vragen gesteld naar aanleiding van het voorstel van de campagne Stop Kinderarbeid om een lijst te publiceren van buitenlandse producten die met kinderarbeid worden geproduceerd.

Het publiceren van zon lijst gebeurt nu al in de Verenigde Staten. De kamerleden vragen de bewindslieden of ze bereid zijn een dergelijk onderzoek naar de import van met kinderarbeid geproduceerde goederen ook in Nederland te doen.

De kamerleden zouden ook graag zien dat er vanuit Nederland op aan wordt gedrongen een dergelijk onderzoek ook binnen de Europese Unie voor te stellen. De Europese Commissie is momenteel bezig met een onderzoek naar maatregelen tegen kinderarbeid. Het publiceren van een lijst met de herkomst van alle geïmporteerde producten zou hier een goed voorbeeld van kunnen zijn.

Staatssecretaris Heemskerk heeft positief gereageerd op dit verzoek en heeft toegezegd dat hij het Amerikaanse rapport gaat toespitsen op de Nederlandse situatie om het Nederlandse bedrijfsleven te ondersteunen bij de aanpak van kinder- en dwangarbeid. Het rapport zal bedrijven een beter inzicht moeten geven in de risico’s die zij in het buitenland lopen ten aanzien van kinder- en dwangarbeid.

Monitor fair: SP, ChristenUnie