Oktober 2011 klik hier voor pdf versie
Veel ontwikkelingslanden, vooral in Afrika, herbergen grote rijkdommen aan grondstoffen. Nederland heeft in navolging van de EU haar grondstoffenbeleid uiteengezet. Deze heeft ten doel de Nederlandse productiviteit, werkgelegenheid en economische groei ook in de toekomst veilig te stellen. In de notitie wordt ruim aandacht besteed aan de ontwikkelingsdimensie van het grondstoffenbeleid. Hiertoe worden een aantal belangrijke stappen gezet. Op bepaalde punten, zoals de Nederlandse inzet op een open handelssysteem, ondermijnt zij echter haar doelstellingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, zoals het bevorderen van zelfredzaamheid en de mogelijkheden voor particulier initiatief.

De Nederlandse en Europese industrie is in grote mate afhankelijk van de import van a-biotische grondstoffen als tin en goud uit landen buiten de EU. 70 tot 100% van alle grondstoffen in de EU komen van niet-EU lidstaten, vaak Afrikaanse ontwikkelingslanden. Afrika neemt een cruciale positie in op de grondstoffenmarkt, vooral wat betreft grondstoffen die gebruikt worden in high-tech producten. Zuid-Afrika is bijvoorbeeld rijk aan goud, rhodium, platinum en chromium. De Democratische Republiek Congo bezit grote voorraden koper, kobalt, tin, goud en coltan. Sommige van deze grondstoffen zijn vrijwel nergens anders te vinden. De Afrikaanse Unie ziet de toenemende vraag vanuit o.a. Europa en China dan ook als uitgelezen kans om te profiteren van de Afrikaanse bodemschatten.
"(…) Dit spel om de toegang tot grondstoffen zal steeds harder worden gespeeld. Solidariteit en samenwerking zullen daarbij lang niet altijd de eerste reflex zijn, ook niet bij traditionele bondgenoten." (Beleidsnotitie Modernisering Nederlandse Diplomatie)
De Europese Commissie heeft in november 2008 een nieuwe strategie voor haar grondstoffenbeleid uitgebracht: het Raw Materials Initiative meeting our critical needs for growth and jobs in Europe. In navolging van deze notitie heeft Nederland een eigen grondstoffenstrategie gelanceerd. Deze strategieën zijn een reactie op de rap veranderende geopolitieke machtsverhoudingen. De EU, China, Japan, de VS en India zitten allemaal achter dezelfde grondstoffen aan om hun economie draaiende te houden.
Om haar toegang tot (goedkope) grondstoffen en positie als doorvoerland veilig te stellen zet Nederland daarom in op een open handelssysteem. Nederland wil belemmeringen voor de vrijhandel bestrijden. Beleidsmaatregelen als exportrestricties en inmenging van staatsbedrijven worden gezien als negatief voor het level-playing field, het concurrentievermogen van Nederland. Deze maatregelen zijn echter van groot belang voor ontwikkelingslanden. Ook kunnen ontwikkelingssamenwerking en een vergroting van de financiële transparantie in de mijnbouwsector een cruciale bijdrage leveren.
In veel Afrikaanse ontwikkelingslanden bevinden zich grondstoffenvoorraden die van cruciaal belang zijn voor Nederland en Europa. Deze grondstoffen kunnen voor deze landen als katalysator voor economische groei en ontwikkeling dienen, aldus de Europese Commissie. In veel Afrikaanse landen blijft de mijnbouwsector echter beperkt tot de export van ruwe grondstoffen. De Africa Progress Panel zegt hierover het volgende: Export van ruwe grondstoffen heeft een beperkte impact op de werkgelegenheid en inkomensniveau. Dit is de zogeheten resource curse, waarbij landen rijk aan grondstoffen paradoxaal genoeg vaak moeite hebben om deze rijkdom om te zetten in duurzame economische groei. Door een gebrek aan alternatieven en de onmiddellijke winsten die export oplevert blijven Afrikaanse landen hoofdzakelijk ruwe grondstoffen uitvoeren. Hierdoor vindt er slechts in beperkte mate industrialisering plaats en profiteren zij maar beperkt van hun rijkdom aan grondstoffen.
Voor het optimaal benutten van de kansen die grondstoffen bieden voor ontwikkeling is het van belang om de export van ruwe grondstoffen te ontmoedigen. Hierbij kunnen exporttarieven een belangrijke rol spelen. Door minder uit te voeren krijgt de lokale industrie de kans grondstoffen eerste (deels) te verwerken tot bijvoorbeeld halffabricaten. Daarmee wordt de werkgelegenheid en economische groei gestimuleerd. De Verenigde Naties en Afrikaanse Unie stellen zelfs dat voor grondstofrijke economieën dé weg naar duurzame ontwikkeling ligt in het heffen van belastingen binnen de grondstoffensector.
Nederland zet echter in op het bestrijden van exporttarieven. Wanneer dit de inzet is naar ontwikkelingslanden ondermijnt Nederland haar doelstellingen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Nederland wil met haar ontwikkelingssamenwerkingbeleid de mogelijkheden tot particulier initiatief en de zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden vergroten. De rijkdom in grondstoffen van veel Afrikaanse ontwikkelingslanden biedt bij uitstek mogelijkheden tot duurzame ontwikkeling, wat dit kabinet erkent. Juist omdat Nederland hoofdzakelijk halffabricaten importeert, heeft zij een belang bij het stimuleren van lokale bedrijvigheid. Hiermee vermindert Nederland haar afhankelijkheid van de Aziatische halffabricaten die zij nu importeert. Ontwikkelingssamenwerking kan hierbij een belangrijke rol spelen. De opbouw van een Afrikaanse mijnbouwindustrie zou het uitgangspunt van het Nederlandse OS-beleid moeten zijn.
De verschillende partijen, van de Europese Unie tot de Afrikaanse Unie, van het African Progress Panel tot de Nederlandse regering lijken het erover eens dat grondstoffen een katalysator kunnen vormen voor economische groei en ontwikkeling. De massale uitvoer van ruwe grondstoffen is hierbij niet het enige probleem.
Gebrek aan transparantie
De mijnbouwsector in Afrikaanse ontwikkelingslanden wordt vaak gekenmerkt door corruptie en een gebrek aan transparantie. Claude Kabemba, directeur van Southern Africa Resource Watch legde tijdens een Fair Politics expertmeeting uit dat Afrikaanse landen zelden gelijkwaardige overeenkomsten sluiten met buitenlandse bedrijven. Door de gebrekkige onderhandelingscapaciteit, corruptie en zwak bestuur komen de afgesloten contracten vaak niet ten goede aan het algemeen belang.
Een van de oorzaken hiervan is het gebrek aan transparantie in de mijnbouwsector. De meeste Afrikaanse landen scoren laag in de Revenue Watch Index, een ranglijst die aangeeft in hoeverre landen informatie prijsgeven over inkomsten uit grondstoffen . Bedrijven en overheden zouden verplicht moeten worden gesteld hun inkomsten en belastingafdrachten openbaar te maken. Zo kan bijvoorbeeld beter gecontroleerd worden in hoeverre bedrijven belastingbetaling ontwijken en aan wie de winsten ten goede komen.
De Nederlandse regering zet daarom in op het Extractives Industry Transparency Initiative (EITI), een multi-stakeholder initiatief dat overheden verplicht inkomsten uit grondstoffen openbaar te maken. Nederland wil dit zelf op een gepast moment invoeren, hoewel haar inkomsten uit grondstoffen beperkt zijn. De regering stelt daarnaast voor om alleen technische en diplomatieke ondersteuning te verlenen aan bedrijven die zich aan de EITI regels te houden. Ook zal de voorrang geven worden aan EITI-compliant bedrijven bij aanbestedingsprocedures. Dit zijn belangrijke stappen. Nederland en de EU zou het goede voorbeeld moeten geven aan Afrikaanse landen en zich als onderdeel van dit beleid daarnaast ook in moeten zetten voor country-by-country reporting, waarbij Nederlandse en Europese bedrijven inkomsten en belastingafdrachten per land en per project opnemen in hun jaarverslag.
Gebrek aan capaciteit
Het kabinet stelt in de notitie dat ontwikkelingssamenwerking op het gebied van goed bestuur en duurzaam gebruik van ruimte kan er aan bijdragen (sic) dat de opbrengsten van de grondstoffenexport ten goede komen aan de duurzame ontwikkeling van het land. De regering wil daarbij haar ontwikkelingssamenwerking ook inzetten ten behoeve van de Nederlandse grondstoffenvoorziening. Het uitgangspunt moet daarbij wel het stimuleren van de lokale bedrijvigheid zijn. Nederland zou bijvoorbeeld in moeten zetten op technische ondersteuning van ontwikkelingslanden bij contractonderhandelingen. Ook capaciteitsversterking op het gebied van monitoring van bedrijven zou er voor kunnen zorgen dat bestaand beleid beter nageleefd wordt. De VN stelt dat het Afrikaanse overheden vaak aan capaciteit ontbeert om te monitoren en controleren in hoeverre de bedrijven zich aan de gemaakte afspraken houden.
Volgens de Afrikaanse Unie is het gebrek aan geavanceerde kennis en technologie ook fnuikend voor de ontwikkeling van de lokale mijnbouwindustrie. Door middels haar OS-beleid Research and Development en de opbouw van infrastructuur te stimuleren steunt Nederland daarnaast ook industrialisering in Afrikaanse landen. Nederlandse en andere internationale bedrijven actief in ontwikkelingslanden zouden via kennisuitwisseling een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan industrialisering aldaar.
Een ander essentieel onderdeel van het Nederlandse grondstoffenbeleid is het stimuleren van recycling en innovatie. Hiermee kan Nederland de vraag naar grondstoffen verminderen, doordat deze efficiënter worden (her-)gebruikt. Wanneer Nederland minder afhankelijk is van de import van (Afrikaanse) grondstoffen, zal ook de noodzaak van de hierboven beschreven grondstoffenpolitiek afnemen. In de notitie worden een aantal belangrijke stappen gezet voor het verduurzamen van de vraag naar grondstoffen, en deze zijn een essentieel onderdeel van een volledig grondstoffenbeleid.
Conclusie
Er zijn een aantal obstakels waardoor Afrikaanse landen moeizaam profiteren van hun enorme rijkdom aan grondstoffen. Zij exporteren nog te veel ruwe grondstoffen zonder deze eerst te verwerken tot bijvoorbeeld halffabricaten. Nederland en Europa, als grote importeurs van halffabricaten zouden Afrikaanse ontwikkelingslanden moeten steunen in het opbouwen van een halffabricatenindustrie. Op die manier profiteren zij meer van hun bodemschatten. Door in te zetten op het verwijderen van dergelijke handelsbarrières ondermijnen Nederland en Europa haar ontwikkelingsdoelstellingen.
Daarnaast moeten Nederland en Europa zich sterker inzetten voor transparantie, zodat duidelijker wordt waar de winsten en gelden uit de mijnbouwsector heen vloeien. Daarnaast kan met behulp van ontwikkelingssamenwerking de lokale bedrijvigheid ondersteunt worden. Alleen dan kan er echt sprake zijn van Fair Politics!
| GroenLinks | |
| PvdA | |
| ChristenUnie | |
| D66 | |
| SP | |
| PvdD | |
| CDA | |
| SGP | |
| VVD |



