Beleidsaanbevelingen

  • De Nederlandse regering moet zoals de motie-Vendrik voorschrijft het Nederlandse belastingbeleid doorlichten op,  belastingontwijking en ontduiking door multinationale ondernemingen in Nederland en de gevolgen ervan voor ontwikkelingslanden. Er is momenteel nog teveel onduidelijkheid omtrent de cijfers om echt een goed beeld te krijgen.
  • Door het gebrek aan transparantie en informatie is het onmogelijk om te controleren hoe bedrijven hun geldstromen beheren, waardoor praktijken als transfer pricing moeilijk te bestrijden zijn. De Minister van Financiën moet zich daarom bij de EU en de International Accounting Standards Board inzetten voor de invoer van country-by-country reporting.
  • De Minister van Financiën moet aandringen bij de OESO dat deze de modelconventie voor TIEAs herziet. Nederland moet ook blijven aandringen op controle op uitvoering van de TIEAs in ontwikkelingslanden en landen hierin technisch ondersteunen, samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een multilaterale aanpak in plaats van het huidige bilaterale uitgangspunt zou er daarnaast voor zorgen dat ontwikkelingslanden ook zwaardere verdragen kunnen ondertekenen.
  • Nederland moet haar verdragsbeleid ten aanzien van ontwikkelingslanden tegen het licht houden. In de toekomst moet Nederland alleen verdragen afsluiten als er sprake is van substantiële economische belangen voor beide partijen.

Case: Belastingen

08-06-2011 Veel aandacht ontwikkelingslanden bij debat fiscaal verdragsbeleid

Op 8 juni debatteerde de Commissie Financiën met staatssecretaris Weekers over het voorgestelde Fiscaal Verdragsbeleid van dit kabinet. Het was een levendig debat, met veel aandacht voor de gevolgen van het Nederlandse belastingverdragen beleid voor ontwikkelingslanden.

Met GroenLinks voorop plaatsten verschillende fracties, waaronder de PvdA, D66 en de SP, kritische noten bij de notitie Fiscaal Verdragsbeleid. Er werd gepleit voor meer ruimte voor bronheffingen bij verdragen met ontwikkelingslanden, zodat deze belasting kunnen heffen op geld wat in hun land verdiend wordt door buitenlandse bedrijven. Nederland zet juist in op het belasten van buitenlandse economische activiteiten in Nederland, in plaats van het land waar het daadwerkelijk verdiend wordt.

GroenLinks en de SP wilden daarnaast dat de staatssecretaris het openbaar maken van de geldstromen en belastingafdrachten van ieder bedrijf per land, het zgn. country-by-country reporting, verplicht stelt. Zo kan gecontroleerd worden hoe en waar bedrijven belastingen betalen. Wanneer bedrijven veel activiteiten in ontwikkelingslanden hebben kan gekeken worden of de belasting die het bedrijf daar afdraagt zich verhoudt tot deze activiteiten. Vaak is het zo dat bedrijven hun belastingbetalingen met behulp van belastingverdragen met Nederland naar belastingparadijzen wegsluizen. Zo lopen ontwikkelingslanden substantiële inkomsten mis. Lees hier meer over in onze Fair Taxes case.

Staatssecretaris Weekers reageerde dat hij inzet op capaciteitsopbouw om ontwikkelingslanden te helpen met het opbouwen van een effectief belastingstelsel. Nederland steunt verschillende internationale initiatieven op dit terrein, zoals de OECD Taskforce on Tax and Development. Daarnaast gaf hij aan dat er al ruimte wordt gemaakt voor bronheffingen in verdragsonderhandelingen met ontwikkelingslanden. De staatssecretaris stelde verder dat country-by-country reporting eenzijdig invoeren, dus alleen in Nederland, geen optie is. Dit zou het level-playing field ondermijnen en economische activiteiten afstoten door de extra administratieve last. Weekers beantwoordde een deel van de vragen later schriftelijk.

U vindt hier de brief met schriftelijke antwoorden van de staatssecretaris. Lees hier de moties die zijn ingediend naar aanleiding van dit debat.

Monitor fair: GroenLinks, SP, PvdA, D66