Beleidsaanbevelingen

  • De Nederlandse regering moet zoals de motie-Vendrik voorschrijft het Nederlandse belastingbeleid doorlichten op,  belastingontwijking en ontduiking door multinationale ondernemingen in Nederland en de gevolgen ervan voor ontwikkelingslanden. Er is momenteel nog teveel onduidelijkheid omtrent de cijfers om echt een goed beeld te krijgen.
  • Door het gebrek aan transparantie en informatie is het onmogelijk om te controleren hoe bedrijven hun geldstromen beheren, waardoor praktijken als transfer pricing moeilijk te bestrijden zijn. De Minister van Financiën moet zich daarom bij de EU en de International Accounting Standards Board inzetten voor de invoer van country-by-country reporting.
  • De Minister van Financiën moet aandringen bij de OESO dat deze de modelconventie voor TIEAs herziet. Nederland moet ook blijven aandringen op controle op uitvoering van de TIEAs in ontwikkelingslanden en landen hierin technisch ondersteunen, samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Een multilaterale aanpak in plaats van het huidige bilaterale uitgangspunt zou er daarnaast voor zorgen dat ontwikkelingslanden ook zwaardere verdragen kunnen ondertekenen.
  • Nederland moet haar verdragsbeleid ten aanzien van ontwikkelingslanden tegen het licht houden. In de toekomst moet Nederland alleen verdragen afsluiten als er sprake is van substantiële economische belangen voor beide partijen.

Case: Belastingen

14-01-2011 GroenLinks stelt vragen over belastingontwijking

Tweede Kamerlid Braakhuis (GroenLinks) heeft kamervragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën Weekers over belastingontwijking door multinationale ondernemingen.

Het Kamerlid vroeg de staatssecretaris of hij enige concrete voorbeelden kon geven van bedrijven die door het kabinet zijn aangesproken in het kader van belastingontwijking ten nadele van ontwikkelingslanden. Omdat de staatssecretaris in de beantwoording van vorige kamervragen van Braakhuis over dit onderwerp aangaf dat belastingontwijking bij uitstek een internationaal probleem is, wilde het Kamerlid weten hoe de grootte van de belastingstromen in Nederland zich verhoudt tot andere OESO lidstaten.

Braakhuis wilde ook dat de staatssecretaris aangeeft waarom hij bepaalde royaltybetalingen als 'belangrijk voor innovatie' bestempeld. Het Kamerlid noemde het voorbeeld van royaltybetalingen om gebruik te maken van het trademark Grolsch, een bijna 400 jaar oud biermerk. Braakhuis vroeg vervolgens of de regelgeving hieromtrent niet aangescherpt moet worden om misbruik te voorkomen.

De staatssecretaris gaf in zijn antwoord aan dat hij in verband met de geheimhoudingsplicht geen concrete voorbeelden kan noemen, maar gaf wel aan dat MVO en belastingontwijking wel degelijk thema’s zijn in gesprekken tussen Belastingdienst en bedrijven. Omdat er volgens de staatssecretaris geen instanties zijn met gegevens over de geldstromen in andere OESO landen, kan hij niet aangeven hoe deze in Nederland zich verhouden tot die in overige landen.

Weekers beantwoordde de vraag over innovatie dat naast het ontwikkelen van nieuwe merken ook het onderhoud van rechten, zoals het merk Grolsch, arbeidsintensief kan zijn en veel kosten met zich mee kan brengen, wat royaltybetalingen rechtvaardigt. Het faciliteren van royaltybelangen is daarbij van groot belang, omdat volgens de staatsecretaris hoge bronheffingen op royalty’s een belemmering op buitenlandse investeringen in innovatie kunnen vormen.

Klik hier voor de kamervragen en de antwoorden van de staatssecretaris.

Monitor fair: GroenLinks