Beleidsaanbevelingen

  • De Staatssecretaris van Financiën moet de groepsrentebox aanpassen zodat deze minder schadelijk is voor ontwikkelingslanden.
  • De Minister van Financiën moet aandringen bij de OESO dat deze de modelconventie voor TIEAs herziet. Nederland moet ook blijven aandringen op controle op uitvoering van de TIEAs in ontwikkelingslanden en landen hierin technisch ondersteunen (samen met het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking).
  • De Minister van Financiën moet bij de International Accounting Standards Board aandringen op nieuwe accountancy standaards die MNOs verplichten hun belastinggegevens (en winsten e.d.) per land te specificeren (het zogenaamde country-by-country reporting initiatief). Het gaat hierbij om wetgeving over externe verslaglegging van multinationals, waarbij in de jaarverslagen inzichtelijk wordt hoeveel en in welke landen belasting wordt betaald. In de GRI richtlijnen voor de verslaglegging voor maatschappelijk verantwoord ondernemen is dit ook opgenomen. 18 Bedrijven geven echter tot op heden nauwelijks gehoor aan deze vrijwillige richtlijn. Daarom is aanvullende verslaggeving noodzakelijk. Daarnaast zal Nederland zich ook in internationaal verband moeten hard maken voor inzichtelijkheid in de belastingbijdragen van multinationals per land door aanpassing van de internationale accounting standaarden.
  • De ministeries van Financiën/OS moeten gezamenlijk een studie laten doen naar de schadelijke effecten van het Nederlandse belastingstelsel op ontwikkelingslanden. Er is momenteel nog té veel onduidelijkheid omtrent de cijfers om echt een goed beeld te krijgen.
  • De Nederlandse regering moet zich in internationaal verband sterk maken voor een onderzoek naar de haalbaarheid van internationale belastingheffing.

Case: Belastingen

Fair Taxes

Per jaar lopen ontwikkelingslanden naar schatting tot wel 500 miljard dollar mis via belastingparadijzen¹ , bijna 7 keer het bedrag dat westerse landen per jaar uittrekken voor ontwikkelingssamenwerking. Gemiste inkomsten die ontwikkelingslanden hard nodig hebben voor investeringen in duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Ook het Nederlandse belastingstelsel speelt een rol in de belastingontwijking van (hoofdzakelijk) multinationale ondernemingen. Hiermee ondermijnt het Nederlandse belastingstelsel het ontwikkelingsbeleid en brengt het realisatie van de Millennium Ontwikkelingsdoelen in gevaar.

 

Belastingontduiking en ontwijking [zie kader voor definities] door rijke individuen en multinationale ondernemingen, zijn een belangrijke bron van de kapitaalstroom uit ontwikkelingslanden. Het zorgt ervoor dat ontwikkelingslanden flinke bedragen mislopen: de schattingen lopen uiteen van $50 tot $500 miljard per jaar.²  Naast het feit dat dit geld verdwijnt uit de economie van het ontwikkelingsland, wordt er over deze geldstroom ook geen belasting geheven.

Ondanks dat de geschatte bedragen zeer verschillen is het onmiskenbaar dat belastingontduiking- en ontwijking via belastingparadijzen een groot probleem vormen voor ontwikkelingslanden: zelfs de meeste voorzichtige schatting van $50 miljard is gelijk aan het bedrag dat volgens de Wereldbank jaarlijks nodig is om de Millenniumdoelen te verwezenlijken.

Achtergrond

Effectieve belastingheffing in een ontwikkelingsland is een van de manieren om de hulpafhankelijkheid van het land drastisch te verminderen. Een goedwerkend en rechtvaardig belastingstelsel geeft een overheid duurzame eigen middelen om te investeren in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en andere sociale voorzieningen. Zo wordt economische groei gestimuleerd: stabiele belastinginkomsten zijn bijvoorbeeld een belangrijke factor geweest bij de continue sterke en snelle groei van de Aziatische tijgers.³

Belasting speelt verder een cruciale rol bij het verminderen van ongelijkheid in de samenleving en bij het versterken van politieke en openbare instituties. Belastingen zijn namelijk de meest zichtbare vorm van een sociaal contract tussen de staat en haar burgers. Wanneer belasting op een open en eerlijke manier wordt geïnd versterkt dit de legitimiteit van de regering doordat ze zich moet verantwoorden tegenover de burger. Zo wordt tegelijkertijd de democratisering van het land bevorderd.
Ontwikkelingslanden hebben te kampen met zowel interne als externe problemen waardoor ze niet het (belasting)geld kunnen innen dat hen toekomt.4  De interne oorzaken zijn onder andere onvoldoende capaciteit binnen de eigen belastingdienst, maar ook zwakke politieke instituties, wijdverspreide corruptie en tekortschietende belastingadministraties.

Externe oorzaken die bijdragen aan het feit dat ontwikkelingslanden veel belastinginkomsten mislopen zijn onder andere toenemende globalisering van de financiële markten dat heeft bijgedragen aan steeds verdergaande internationale belastingcompetitie. Veel ontwikkelingslanden zien zich genoodzaakt belastingvoordelen zoals tax holidays 5 aan te bieden aan multinationale ondernemingen om zo buitenlandse investeringen (FDI) aan te trekken. Het gros van het te innen belastinggeld verdwijnt echter doordat rijke individuen en multinationale ondernemingen via belastingparadijzen hun kapitaal buiten het bereik van de fiscus weten te houden.
 Ook de liberaliseringeisen opgelegd door het IMF en de Wereldbank (WB) hebben bijgedragen aan de lage belastinginkomsten van ontwikkelingslanden. De eisen die sinds de jaren 80 door het IMF en de WB zijn opgelegd hebben ontwikkelingslanden gedwongen hun import- en exportheffingen flink te verlagen of zelfs af te schaffen. Tegelijkertijd hebben veel OESO-landen hun importheffingen op bananen, suiker en andere grondstoffen uit ontwikkelingslanden in stand gehouden.
Vanwege de liberaliseringseisen zijn veel ontwikkelingslanden overgestapt naar BTW-heffing als voornaamste bron van overheidsinkomsten. BTW is echter lastiger te innen en - tenzij verschil wordt gemaakt tussen luxegoederen en voedingsmiddelen- het vergroot de kloof tussen arm en rijk.6

Coherent Ontwikkelingsbeleid

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het nastreven van de acht Millennium Ontwikkelingsdoelen (MDG) en de bijbehorende Monterrey Consensus die voorziet in hun financiering.7  In het kader van een coherent belastingssysteem is met name MDG 8 (Global Partnership) van belang. Binnen MDG 8 wordt de ontwikkeling van een open, voorspelbaar en niet-discriminerend internationaal financieel stelsel nagestreefd.8  Ook zoekt men naar een brede en duurzame oplossing voor schuldaflossing. Belastingen spelen hierbij een cruciale rol.

Nederlands Belastingsstelsel

Er bestaan in Nederland verscheidene mechanismen waarmee (hoofdzakelijk) multinationale ondernemingen (MNOs) hun belastingdruk flink kunnen verlagen. De mechanismen stellen MNOs in staat rente, royaltys en dividenden naar Nederlandse afdelingen of -dochterondernemingen te sluizen om zo te profiteren van de lage (of niet-bestaande) belastingtarieven over deze geldstromen. Zo dragen de Nederlandse constructies behoorlijk bij aan de internationale kapitaalvlucht uit ontwikkelingslanden. Het ontwijken van belastingen via Nederland is niet illegaal [zie kader definities]. Wel is het strijdig met de geest van belastingwetten en zeker vanuit het oogpunt van armoedebestrijding is het absoluut onrechtvaardig.

De onlangs door de Europese Commissie goedgekeurde groepsrentebox is een goed voorbeeld. De groepsrentebox houdt in dat het saldo van interne rente-inkomsten van een Nederlandse (hoofd)vestiging van een multinational worden belast tegen 1/5 van de standaard vennootschapsbelasting: 5% in plaats van 25%.9  Deze regeling maakt het dus zeer voordelig om intra-groep leningen via Nederland te laten lopen, aangezien over de uiteindelijke rente-inkomsten nauwelijks belasting betaald hoeft te worden. Verder lopen multinationals in Nederland dankzij het uitgebreide netwerk aan belastingverdragen niet het risico dat ze door hun belastingplanning via Nederland dubbel belast worden.
 Het gunstige financiële klimaat dat Nederland hiermee biedt trekt veel multinationale bedrijven aan die hun financiële hoofdkantoor hier vestigen. De inkomsten van deze bedrijven die in Nederland boven water komen en dus ook hier worden belast zijn echter grotendeels het gevolg van activiteiten elders ter wereld. Volgens een ruwe schatting van SOMO wordt jaarlijks via Nederlandse vestigingen voor € 640 miljoen aan belasting in lage- en middeninkomenslanden ontweken.10 

Deze € 640 miljoen is echter slechts een klein deel van de belastingontwijking die door Nederland wordt gefaciliteerd. Als gevolg van haar belastingklimaat telt Nederland namelijk ook 20.000 brievenbusbedrijven.  Dit zijn financiële instellingen die doorgaans geen noemenswaardige activiteit binnen Nederland hebben. Deze bedrijven maken gebruik van Nederlandse financiële en belastingtechnische constructies om geldstromen (onder andere uit ontwikkelingslanden) door te sluizen naar de pure belastingparadijzen [zie kader]. Tussen de 27% en 46% van de Bijzondere Financiele Instellingen (BFIs) heeft een moederbedrijf dat is gebaseerd in een belastingparadijs.12  In 2006 waren de bruto transacties van in Nederland gebaseerde BFIs goed voor een totaalbedrag van € 4.600 miljard.13  Het wordt geschat dat de activiteiten van BFIs de Nederlandse staat jaarlijks zon € 1.7 miljard aan belastinginkomsten opleveren.14 

Het gebrek aan transparantie rond de belastingafdrachten van bedrijven maakt het vrijwel onmogelijk om harde cijfers te geven van de inkomsten die ontwikkelingslanden mislopen als gevolg van het Nederlandse belastingstelsel. De bedrijven zijn namelijk niet verplicht hun belastingafdrachten per land te specificeren [country-by-country reporting]. Desalniettemin is uit de omvang van de transacties op te maken dat Nederland een belangrijk aandeel moet hebben in internationale belastingplanning en agressieve belastingontwijking door MNOs vanuit ontwikkelingslanden.

unFair Politics

Het algemene gebrek aan transparantie op internationale financiële markten ligt aan de basis van veel belastingproblemen van ontwikkelingslanden. Vrijwel alle landen, zo ook Nederland, hebben informatie-uitwisselingsverdragen (Tax Information Exchange Agreements) om het gebrek aan onderlinge financiële transparantie te bestrijden.15  De OESO modelconventie waarop deze verdragen zijn gebaseerd kent echter vele mazen en maakt het mogelijk voor belastingparadijzen de door een externe jurisdictie gezochte informatie alsnog niet over te dragen. Voor het bereiken van MDG-8 is effectieve en eerlijke informatie-uitwisseling cruciaal; het oprecht nastreven van dit doel kan alleen gebeuren door middel van een striktere (model)conventie.

Mede door tax holidays hebben veel ontwikkelingslanden hun belastinginkomsten in de afgelopen jaren procentueel zien dalen: in lage- en middeninkomen landen maken belastingen gemiddeld 15.8% uit van het BNP. In de jaren 70 was dit percentage nog vergelijkbaar met die van de OESO lidstaten; rond de 30%.16  Bovendien plaatsen de tax holidays buitenlandse ondernemingen in een oneerlijke machtspositie ten opzichte van de overheid. Veel MNOs zien kans na de initiële periode van vrijstelling hun voordelige behandeling te verlengen door te dreigen hun investeringen terug te trekken.

De specifieke belastingvoordelen die Nederland aan multinationale ondernemingen biedt dragen in de eerste plaats bij aan de omvangrijke kapitaalvlucht vanuit ontwikkelingslanden. Het belangrijkste hierbij is dat door hun internationale belastingplanning MNOs een oneerlijk concurrentievoordeel krijgen ten opzichte van (opkomende) lokale bedrijven. Alleen multinationale bedrijven bezitten de middelen en de expertise die nodig zijn om te profiteren van internationale belastingplanning- en ontwijking. Bovendien weerhoudt dergelijke oneerlijke concurrentie ondernemers in ontwikkelingslanden er vaak van hun bedrijf uit de informele economie te halen en te formaliseren terwijl dit juist van groot belang is voor de verdere ontwikkeling van het land. Dit belemmert dus gelijktijdige Nederlandse initiatieven om het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden te stimuleren.

Zolang Nederland haar belastingstelsel niet aanpast, is het streven de Millennium Ontwikkelingsdoelen te halen (en met name MDG-8) niet erg geloofwaardig. Ook de Nederlandse inspanningen om de Monterrey Consensus (Financing for Development) te versterken zullen weinig effect hebben wanneer grootschalige belastingontwijking vanuit ontwikkelingslanden blijft voortbestaan. Het is echter wel van belang te benadrukken dat het Nederlandse belastingstelsel één van de (vele) factoren is in de belastingproblematiek van ontwikkelingslanden. Een duurzame oplossing vereist per definitie een brede, multilaterale aanpak en zal dus nooit van Nederland alleen kunnen komen.

Conclusie: the time is now!

De huidige financiële crisis biedt de perfecte context om Fair Taxes te realiseren: de grondslagen van het internationale financiële stelsel staan openlijk ter discussie en belastingparadijzen staan meer dan ooit onder druk. De OESO, de belangrijkste internationale actor in de strijd tegen belastingparadijzen, heeft lange tijd niet veel kunnen betekenen op dit gebied, doordat veel paradijzen binnen de jurisdictie van haar lidstaten vallen. Echter, na afloop van de G20  in Londen (april 2009) maakten de regeringsleiders bekend bereid te zijn sancties te gebruiken om onze publieke financiën en onze financiële systemen te beschermen. Het tijdperk van het bankgeheim is voorbij.17 

Bovendien verdienen de belangen van ontwikkelingslanden juist in de huidige situatie extra aandacht. In tegenstelling tot de rijke OESO lidstaten beschikken ontwikkelingslanden niet over voldoende financiële stimuli en zullen zij dus noodgedwongen moeten bezuinigen op posten zoals onderwijs en gezondheidszorg investeringen die cruciaal zijn voor duurzame armoedebestrijding.
 Het voeren van een coherente belastingpolitiek is daarom meer dan ooit van belang. Belastingen zijn een beleidsterrein met een groot potentieel voor armoedebestrijding. Door middel van een effectief en eerlijk (internationaal) belastingstelsel kunnen ontwikkelingslanden een grote stap zetten richting het einde van hulpafhankelijkheid. De huidige financiële crisis geeft Nederland de kans een voortrekkende rol te spelen in de internationale gemeenschap: the time is now!

** 

Noten

1 Rayond Baker (2005) Capitalisms Achilles Heel: Dirty Money and How to Renew the Free-Market System New Jersey: John Wiley & sons. Zie ook Eurodad: http://www.eurodad.org/uploadedFiles/Whats_New/Reports/factsheet_capitalflight08.pdf
2 Oxfams schatting van $50 miljard is de meest conservatieve in omloop (2001: Tax Havens: Releasing the Hidden Billions for Poverty Eradication). Het Tax Justice Network houdt aan dat ontwikkelingslanden door belastingontduiking, ontwijking en competitie jaarlijks minimaal $385 miljard mislopen. (Oikos 2008: De Omgekeerde Wereld, p. 37). Duitse minister voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling Heidemarie Wieczorek-Zeul stelde recentelijk zelfs dat ontwikkelingslanden door belastingontwijking en -ontduiking $500 miljard per jaar verliezen. (DFID 2009: Why Tax Matters for International Development p. 5).
3 ActionAid (2008) Hole in the Pocket. Why Unpaid Taxes are the Missing Link in Development Finance. http://www.actionaid.org.uk/doc_lib/hole_in_pocket_report.pdf
4 Stichting Oikos (2008). De Omgekeerde Wereld of Hoe Ontwikkelingslanden het Rijke Westen Financieren. p. 37.
5 Het komt steeds meer voor dat landen belastingvrijstellingen (zogenaamde tax holidays) verschaffen om bepaalde bedrijven aan te trekken. Dit heeft geleid tot toenemende belastingcompetitie tussen landen.
6 In 2005 schatte het IMF in dat van elke dollar die ontwikkelingslanden door het verlagen van de handelstarieven zijn misgelopen, slechts 30 cent is teruggewonnen via BTW. (Oikos 2008:
De Omgekeerde Wereld p. 35.) Dit komt o.a. door eerdergenoemde interne problemen (bijv. corruptie). Hier komt bij dat veel Afrikaanse landen geen verschillende BTW tarieven hanteren waardoor arme gezinnen proportioneel harder worden geraakt.
7 De consensus van Monterrey die voorziet in de financiering van de MDGs verplicht ontwikkelde landen meer en effectievere hulp te verschaffen. Op hun beurt zeggen ontwikkelingslanden toe meer nationale financiële middelen te mobiliseren om hun hulpafhankelijkheid te verminderen. Deze afspraken zijn opnieuw bevestigd tijdens de tweede ronde van deze VN-conferentie eind 2008 te Doha.
8 Zie voor meer informatie website United Nations Millennium Development Goals Goal 8:
http://www.un.org/millenniumgoals/global.shtml
9 Cf. Ministerie van Financiën (2009) Groepsrentebox
http://www.minfin.nl/Onderwerpen/Belastingen/Belastingen_op_inkomen_winst_en_

vermogen/Vennootschapsbelasting/Vpb_2007/Groepsrentebox 
10 SOMO Weyzig en van Dijk (2007) Tax Haven and Development Partner. Incoherence in Dutch Government Policies? p. 5. Door gebrek aan informatie is dit bedrag echter een (gewogen) schatting op basis van de beschikbare data. SOMO stelt dat, wanneer de data anders worden geïnterpreteerd, het bedrag kan oplopen tot € 1 miljard. Zeker is dat het in ieder geval om minimaal € 100 miljoen per jaar gaat.
11 SOMO (mei 2008) The Global Problem of Tax Havens: The Case of the Netherlands. p.2
12 SOMO Weyzig en van Dijk (2007) Tax Haven and Development Partner. Incoherence in Dutch Government Policies? p. 8
13 Ibid. p. 11
14 . SOMO (mei 2008) The Global Problem of Tax Havens: The Case of the Netherlands. p.2.
15 Ministerie van Financiën. Belastingverdragen.
http://www.minfin.nl/Onderwerpen/Belastingen/Belastingen_internationaal/Belastingverdragen;
Het modelverdrag is problematisch omdat het niet verplicht tot het verzamelen van de benodigde informatie dit hangt af van (aansluitende) binnenlandse wetgeving. Zo kan een belastingparadijs echter relatief gemakkelijk zijn verplichtingen omzeilen: informatie die het land niet bezit kan immers ook niet gedeeld worden. Het tekenen van de een Information Exchange Agreement is echter de voornaamste manier waardoor belastingparadijzen door de OESO van de zwarte lijst van niet-meewerkende jurisdicties worden gehaald.
16 Action Aid (november 2008) Hole in the Pocket. Why Unpaid Taxes are the Missing Link in Development Finance.
17 G20 Final Communiqué (2 april 2009) The Global Plan for Recovery and Reform [Vertaling EVS] http://www.londonsummit.gov.uk/resources/en/PDF/final-communique
18 All company taxes (corporate, income, property, etc.) and related penalties paid at the international, national, and local levels. This figure should not include deferred taxes because they may not be paid. For organizations operating in more than one country, report taxes paid by country. The organization should report which definition of segmentation has been used. (Zie ook http://www.globalreporting.org/NR/rdonlyres/D2BC0DF8-FF2C-4BAB-B2B4-27DA868C2A5F/2801/G3_IP_EC_ENG_and_cov.pdf )
19 OESO Tax Haven Criteria
http://www.oecd.org/document/63/0,3343,en_2649_33745_30575447_1_1_1_1,00.html