Beleidsaanbevelingen

  • Nederland moet zich afvragen of ze een toegangspunt (entry point) voor diamanten binnen de EU wil zijn en druk uitoefenen binnen de Raad van Ministers op de invoering van een beperkt aantal toegangspunten.
  • Nederland moet op meer regionale schaal werken aan conflictbestrijding.
  • Nederland moet zich op internationale fora hard maken voor sancties op andere grondstoffen dan diamanten waarmee conflicten in Afrika worden gefinancierd.
  • Nederland moet binnen de VN en bij de Europese Commissie pleiten voor sancties op conflictdiamanten uit Kongo die door buurlanden geëxploiteerd worden.

Case: Conflictdiamanten

Conflictdiamanten

Behalve van vrouwen, zijn diamanten ook de 'best friends' van grote groepen rebellen in Afrika. Zij financieren er hun oorlogen in bijvoorbeeld de Democratische Republiek Congo mee. Het enige middel tegen deze illegale diamanthandel is de afzet op de internationale markt onmogelijk maken. In 2000 is daarom het Kimberley Proces van start gegaan. Dat moet leiden tot een onafhankelijk certificeringsysteem. Stopzetting van de illegale exploitatie van grondstoffen is vanuit het oogpunt van conflictpreventie, duurzame ontwikkeling en het stimuleren van een goed ondernemersklimaat een belangrijke prioriteit voor Nederland. Nederland zou zich daarom hard moeten maken voor meer transparantie en onafhankelijke controle helpen bevorderen. Ook moeten Nederlandse bedrijven verplicht worden hun handelen in conflictgebieden te verantwoorden.

Diamanten zijn gemakkelijk te smokkelen, omdat de herkomst lastig is vast te stellen en de opbrengst per karaat (1 karaat = 0,2 gram) groot is. Ideale handelswaar dus voor rebellen. Jaarlijks worden onschatbare hoeveelheden diamanten door rebellen in landen als de Democratische Republiek Congo (DRC) en voorheen ook Angola uit de grond gehaald. Deze diamanten worden verkocht aan tussenhandelaren. Zij zorgen ervoor dat de diamanten uiteindelijk hun weg vinden naar de beroemde Europese diamantairs. Soms worden de diamanten (en andere grondstoffen) geroofd door buurlanden. Zo exporteerden bijvoorbeeld Rwanda en Uganda in de jaren negentig diamanten, terwijl die landen zelf geen ruwe diamanten produceren.

De opbrengst van de stenen wordt gebruikt om de oorlogen in de regio te financieren. Tegelijkertijd vormt het een reden om het gewapende conflict voort te zetten. Regeringslegers en rebellenleiders verrijken zich door de verkoop van grondstoffen, en zullen niet snel bereid zijn hun luxueuze levensstandaard op te geven.
Het onmogelijk maken van de afzet op de internationale markt is het enige middel tegen deze illegale handel in conflictdiamanten. Om ze uit de reguliere handel te kunnen weren, moet je exact kunnen nagaan waar de diamanten vandaan komen. Daarvoor is een waterdicht systeem voor de certificering van diamanten nodig. Dat is het doel van het Kimberley Proces dat in mei 2000 van start ging.

Kimberley Proces

Het Kimberley Proces is genoemd naar de plaats van de eerste diamantmijn in Zuidelijk Afrika. Hier kwamen in 2000 vertegenwoordigers van 35 landen (waaronder de Europese Commissie), de diamantindustrie en NGO's samen, om de handel in conflictdiamanten aan te pakken. Uiteindelijk moet dit leiden tot een helder internationaal certificeringsysteem voor alle ruwe diamanten. Landen die geen lid zijn van het Kimberley Proces mogen niet handelen met leden.

Als alleen diamanten vergezeld van een herkomstcertificaat verhandeld mogen worden, dan zijn 'schone' diamanten gemakkelijk te onderscheiden van conflictdiamanten. Schone diamanten zijn afkomstig uit Zuid-Afrika, Namibië en Botswana, waar de diamanten een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van die staten (zie box: Diamonds for development). Deze landen zijn zeer beducht voor beschadiging van de reputatie van de Afrikaanse diamant. Het onderscheid tussen 'schone' en conflictdiamanten vraagt een zorgvuldige controle door de importerende landen van verzegelde pakketjes diamanten en de begeleidende certificaten. Wanneer ieder exporterend en importerend land deel uitmaakt van een systeem van douanecontrole, inspectie en sancties op overtreding, ontstaat een handelsstroom van schone diamanten. Alleen met een effectief controlesysteem kan de consument er zeker van zijn dat de diamant op zijn trouwring niet besmeurd is met bloed.

Voortgang Kimberley proces

In juli 2003 is een nieuwe lijst gepubliceerd met landen die lid zijn van het Kimberley Proces. Er zijn op dit moment 55 landen bij het proces betrokken. Twintig landen zijn bezig hun nationale wetgeving aan te passen aan de eisen van het zgn. Kimberley Proces Certificering Systeem, zodat ze ook lid kunnen worden. Het is echter erg gemakkelijk voor landen om op deze lijst te komen. Een intentieverklaring dat een land zijn wetgeving zal aanpassen is eigenlijk al voldoende om lid te worden. De commissie die verantwoordelijk is voor de samenstelling van de ledenlijst (het Kimberley Process Participation Committee) kijkt alleen maar naar de wetgeving 'op papier'. Voor controle op de werkelijke implementatie van diezelfde wetgeving ontbreekt de politieke wil bij de deelnemende landen.

Op de halfjaarlijkse ledenvergadering in oktober 2003 in Sun City (Zuid-Afrika) is een akkoord gesloten over vrijwillige onderlinge controle op de diamantenhandel. Volgens het Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA) gaat dit echter niet ver genoeg. Op deze manier is het gemakkelijk om de dans te ontspringen. Het gaat hier immers om vrijwillige controle. Het systeem is gebaseerd op peer reviews, waarbij de landen elkaar zullen controleren. Het is dus geen onafhankelijk controlesysteem. Veel effect zal dit systeem dan ook niet hebben. NGO's, de diamantenindustrie en grote diamantproducerende en importerende landen (zoals Zuid-Afrika, de EU en de VS) zien de noodzaak van onafhankelijke controle. Dat vergroot de geloofwaardigheid. Tegen dit plan zijn de diamantproducerende, -slijpende, of handelende landen die minder betrokken zijn bij de strijd tegen conflictdiamanten. Ze zijn uit economische noodzaak wel lid van het Kimberley Proces, maar blokkeren de invoering van een effectief systeem. Deze landen zijn niet gebaat bij transparantie.

Er wordt op dit moment gewerkt aan vergroting van transparantie van de markt. Daarvoor worden wereldwijde vergelijkingen gemaakt van mijnopbrengsten, export- en importstatistieken. Daaruit kan worden afgeleid of bijvoorbeeld de opbrengst van een diamantmijn in de pas loopt met het geëxporteerde aantal karaten. Als dat niet zo is, kan dit duiden op de smokkel van bloeddiamanten. Dit verzamelen van statistieken komt echter maar langzaam op gang. Het is echter wel een onmisbaar instrument om de handel in conflictdiamanten te kunnen volgen.

Rol van de Europese Unie

Omdat het Kimberley Proces in Europa als handelsdossier wordt beschouwd, gaat de Europese Commissie erover. De Nederlandse regering is dus via de Commissie bij het Kimberley Proces betrokken. De Commissie leidt binnen het Kimberley Proces een werkgroep om tot een controlesysteem te komen.

Het Kimberley Proces vormt slechts het raamwerk waar landen hun regelgeving moeten inpassen. Het bestaat uit minimale eisen waaraan het certificeringsysteem moet voldoen. Ieder land moet zelf wetten maken voor de uitvoering van het systeem. De Europese Unie gaat verder dan de minimale eisen. In december 2002 is de Europese regelgeving met betrekking tot de diamantenhandel gepubliceerd. Volgens die regelgeving moet elke stap die een ruwe diamant aflegt administratief vastgelegd worden. Exporterende diamantairs moeten kunnen aantonen dat diamanten 'schoon' waren bij de eerste invoer in de EU, waardoor er sprake is van een omgekeerde bewijslast. Het is nog te vroeg om te garanderen dat alle diamanten die legaal de EU binnenkomen, zorgvuldig worden gecontroleerd. Op dit moment zijn Antwerpen en Londen de enige twee steden waar administratief voldaan kan worden aan controle volgens de Kimberley regels. Export buiten de EU kan dan ook alleen vanuit deze steden verzorgd worden. Dit is een broos systeem, omdat die twee steden vermeden kunnen worden. Als andere landen zich niet houden aan de regels van het Kimberley Proces, is het aantrekkelijk om via andere steden de diamanten te verhandelen.

Rol van Nederland

Nederlandse bedrijven zijn actief in conflictgebieden, waardoor de Nederlandse overheid ook rechtstreeks bij dit probleem van conflictdiamanten betrokken is. Er moeten duidelijke standaarden komen over wat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in een conflictgebied betekent, en hoe een bedrijf kan voorkomen dat het bijdraagt aan een oorlog (zie box: NiZA dient klacht in tegen CPH). Het ministerie van Buitenlandse Zaken komt in 2004 met een beleidsnotitie over ondernemen in conflictgebieden. Daarin zal worden ingegaan op MVO in conflictgebieden. Belangrijk daarbij zijn enerzijds de manieren waarop bedrijven kunnen voorkomen dat ze bijdragen aan het verergeren van een conflict. Anderzijds kunnen ze ook een positieve bijdrage aan ontwikkeling en wederopbouw leveren. Het risico is groot dat het in de notitie blijft bij vage aanbevelingen.

Nederland is ook betrokken bij deze problematiek vanwege de bilaterale relatie met Uganda en Rwanda. In het recente rapport van het Expertpanel van de Verenigde Naties over grondstoffenroof in de Democratische Republiek Congo (zie www.niza.nl/fataltransactions) worden deze landen genoemd als betrokken bij wapenleveranties en grondstoffenhandel met rebellenbewegingen in de DRC. Deze delen zijn echter niet openbaar gemaakt, onder druk van bedrijven en westerse landen. Dit tot groot ongenoegen van de maatschappelijke organisaties, omdat het op deze manier moeilijker wordt om ook daadwerkelijk actie te ondernemen. Er is dus geen sprake van transparantie. Nederland moet zich hard maken voor openbaarmaking van dit gedeelte van het rapport. Dan pas kunnen werkelijk maatregelen genomen worden tegen deze landen.